Jakob
Heb je de illustratie al bekeken?

Einde

Jakobs midlifecrisis

Het was nog nacht toen Jakob opstond en de Jabbok overstak op een doorwaadbare plaats, samen met zijn beide vrouwen, zijn twee bijvrouwen en zijn elf kinderen. Nadat hij hen over de rivier had geholpen, bracht hij ook al zijn bezittingen naar de overkant. Maar zelf bleef hij achter, helemaal alleen, en er worstelde iemand met hem totdat de dag aanbrak. Toen de ander zag dat hij het niet van hem kon winnen, raakte hij Jakobs heup aan, en daardoor raakte Jakobs heup tijdens die worsteling ontwricht.
Toen zei de ander: "Laat mij gaan, het wordt al dag." Maar Jakob zei: "Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent." De ander vroeg: "Hoe luidt je naam?" "Jakob," antwoordde hij. Daarop zei hij: "Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen." Jakob vroeg: "Zeg me toch hoe u heet." Maar hij kreeg ten antwoord: "Waarom vraag je naar mijn naam?"
Toen zegende die ander hem daar. Jakob noemde die plaats Peniël, "want," zei hij, "ik heb oog in oog gestaan met God en ben toch in leven gebleven." Zodra hij bij Peniël was overgestoken, zag hij de zon opkomen. Jakob liep mank. Omdat de ander hem had aangeraakt bij de spier die boven het heupgewricht ligt, eten de Israëlieten de heupspier niet, tot op de dag van vandaag. (Genesis 32:23 - 33)

een gevecht met "de andere"…

Vreemd verhaal is dat… die worstelwedstrijd die hier beschreven wordt! Een eigenaardige passage, waar je niet zo goed raad mee weet, behalve wanneer je op zoek gaat naar een symbolische betekenis. "Wellicht is hier een primitief verhaal over de "demon van de doorwaadbare plaats van de Jabbok" getransponeerd om Jakobs geestelijke strijd met God uit te beelden." - zo luidt een Bijbelcommentaar.

Jakob heeft een gevecht met "de andere". Hoe diens naam is, komen we niet te weten. Of misschien wél. Want er wordt vermeld dat Jakob heeft gestreden met God en met de mensen. Het gevecht gaat niet over de veestapel, over land en waterbronnen… Neen, het voorwerp van de strijd was wellicht Jakobs dubbelzinnige levensstijl. Jakob heeft dus vooral geworsteld met zijn verleden, om in het reine te komen met zichzelf. Want hij durfde wel eens liegen en bedriegen. Meermaals had hij zijn tweelingbroer misleid en tegenover zijn blinde vader had hij zich - weliswaar op moeders aandringen - voorgedaan als Esau, om hem de zegen van de oudste zoon te ontfutselen.

Na doodsbedreigingen vluchtte Jakob dan 1000 km noordwaarts en zo kwam hij terecht bij oom Laban. Daar kreeg hij een koekje van eigen deeg en werd hij op zijn beurt bedrogen: wanneer de zon opstaat na de eerste huwelijksnacht merkt hij dat hij het bed deelt met de niet zo knappe oudere zus van de beloofde bruid!

De jaren verlopen… en ondanks tegenkanting van zijn schoonfamilie, bouwt Jakob een vermogen op. Maar de welstand stilt zijn honger niet. Dit is mijn plaats niet, ik wil niet sterven als een knecht van Laban! Jakob voelt zich niet gelukkig. Na 20 jaar hoort hij opnieuw Gods roep, en keert hij terug naar zijn land van oorsprong.

dat gezicht vol verbeten woede

Jakob vangt de terugweg aan, maar hij is bang voor de weg die hij te gaan heeft. Hoe zal Esau reageren? Dat gezicht vol verbeten woede is in zijn netvlies ingebrand! Staat Esau hem nu nog naar het leven? Met have en goed trekt Jakob een riviertje over, en daar ontmoeten we hem, want daar vond het gevecht plaats dat hiervoor beschreven wordt.

Op dat slagveld breekt de oude Jakob met zijn dubieus verleden. Dat kleine riviertje vormt de grens tussen het oude en nieuwe leven! De doorbraak komt er door middel van een strijd die hij ervaart als een Godsontmoeting. Maar het is niet voor het eerst dat Jakob God ontmoet. Neen, die God van grootvader Abraham was hem niet onbekend. Tijdens zijn vlucht twintig jaar voordien, ter hoogte van een plaats die hij omdoopte tot Bethel, beloofde Jakob al dat hij Jahweh zou dienen. Hij had toen Zijn stem gehoord, en zelfs beeldmateriaal van Hem ontvangen - een droom met een ladder die tot in de hemel reikte! Maar Jakob verbond die belofte toen wel aan een aantal voorwaarden die God moest vervullen…

Daarna legde hij een gelofte af: Als God mij ter zijde staat en mij op deze reis beschermt, als hij mij brood te eten geeft en kleren aan mijn lichaam, en als ik veilig terugkom bij mijn verwanten, dan zal de HEER mijn God zijn. (Genesis 28:20 - 21

Jakob kende Jahweh dus al vele jaren. Maar kennen en kennen is twee. En dit gevecht leidt tot nu een wezenlijke verdieping: het zelfbeeld en het beeld van God worden gecorrigeerd en zo ontstaat een gezonde relatie: Jakob leert zijn plaats kennen en vanaf nu mag God ook werkelijk God zijn!

de strijd lijkt veeleer op een selectieproef

In het verleden was het God die het initiatief nam om Jakob te herinneren aan Zijn bestaan en Zijn beloften. Ditmaal lijken de rollen omgekeerd en is het Jakob die zich afzondert om God te zoeken. Het duurde jaren vooraleer hij besefte hoeveel schade hij had aangericht! Maar nu wordt Jacob overweldigd door zijn verleden en hij verdringt die moeilijkheden niet. Jakob kiest voor de confrontatie! Hij kiest niet voor de vlucht vooruit, voor de weg van de minste weerstand, maar gaat de strijd aan en geeft zich niet gewonnen. Liever gezegend en gehandicapt, dan zonder zegen in eigen kracht de oversteek te moeten wagen.

lees meer over "Zegen en vloek"

Jakob vecht tot hij de overwinning haalt - een vreemde overwinning weliswaar, want de tegenstander komt ongeslagen uit de strijd en Jakob houdt er een handicap aan over! De strijd lijkt dus veeleer op een selectieproef waarin Jakob met de hakken over de sloot, de overkant van de rivier bereikt en zo door God wordt aangenomen. Jakob behaalt de overwinning op zichzelf! "Ik heb oog in oog gestaan met God, en ben toch in leven gebleven!" - zo heeft hij het ervaren.

Jakobs strijd illustreert dat loskomen van het verleden - vergeving vragen en ontvangen - niet zo makkelijk is, als soms wordt beweerd. Goedkope woorden zullen een bezwaard hart niet verlichten! De zielennood wordt maar gelenigd wanneer de excuses gedragen worden door de ganse mens. Wanneer dat gebeurt, ervaar je bijna fysisch de pijn die je bij anderen veroorzaakt hebt. De idee dat je er maar op los kan leven, aangezien alles zo weer is vergeven, staat haaks op de ervaring die Jakob deelt met heel veel anderen.

lees meer over "vergeef ons onze schuld"

Jakob heeft niet het profiel van een loser

Is het uit zwakheid dat Jakob Gods bescherming zoekt? Ja en neen. Door de omstandigheden min of meer gedwongen tot een terugkeer, is hij natuurlijk bang voor de confrontatie met zijn broer. Maar Jakob heeft niet het profiel van een loser. Integendeel, hij was de man zonder veel scrupules die bewezen heeft dat hij het kan! Jakob heeft God niet nodig om de overkant van de rivier te halen: zijn bezit is indrukwekkend en bevindt zich trouwens al aan de overzijde van de rivier!

Maar Jakob keert op zijn stappen terug - teruggefloten na een valse start. Hij wil zijn nieuwe leven aanvatten als een ander mens, met open ogen voor wat echt van tel is! De triomf over Laban en zijn rijkdom geven hem geen voldoening, want hij proeft die bittere bijsmaak. De tweede levenshelft moet anders!

hij beleeft nu zijn midlifecrisis!

Jakob is tussen veertig en vijftig jaar, want al twintig jaar werkte hij voor Laban. Hij beleeft dus nu zijn midlifecrisis.

Op Google zoekend naar dat woord, heb je bij de eerste hits al prijs. "De midlifecrisis: een beproeving of een zegen?" Het zoekresultaat kon niet beter aansluiten bij Jakobs ervaring. Jakobs beproeving zal uitwerken als een zegen, en dat is niet ongewoon. Want wie zich niet beperkt tot de aankoop van een Harley of een BMW, kan aan diepgang winnen en uitkomen bij wat in het leven echt voldoening schenkt. Een mens kan leren uit het verleden en zo draagt het gewetensonderzoek ook vrucht!

Getuige daarvan dit uittreksel uit www.e-gezondheid.be (raadpleging in 2007):
Mensen van alle leeftijden trekken hun existentiële keuzes in twijfel, maar het lijkt wel alsof men, eenmaal 40 geworden, niet langer het recht heeft fouten te maken. De vragen worden crucialer, de keuzes worden radicaler. In deze periode voelen talrijke volwassenen de behoefte een balans van hun leven op te maken: Wat wil ik nu echt? Wat kan ik veranderen? Wat heb ik tot dusver van mijn leven gemaakt? Wat kan ik nog doen? Wat kan ik laten vallen? En soms komt dit zichzelf in vraag stellen tot uiting in een crisis, die korter of langer duurt.
De midlifecrisis kan tot uiting komen in: gewone voorbijgaande droefheid, een gevoel van nutteloosheid, innerlijke leegte, agressiviteit naar de omgeving toe, minder seksueel verlangen naar de partner. Soms blijft het niet bij een gevoel van onbehagen en gaat men werkelijk over tot actie: men laat de partner in de steek, men neemt ontslag op het werk, mannen beginnen een buitenechtelijke relatie met een vrouw die wel hun dochter zou kunnen zijn, vrouwen pappen aan met een man die wel hun zoon zou kunnen zijn, enz.
Al deze gedragingen worden ingegeven door een gevoel van hoogdringendheid, veroorzaakt door het besef dat het leven voorbijvliegt. Met andere woorden, men beseft dat men niet eeuwig leeft, vandaar de wens om ten volle van het leven te genieten, te ontsnappen aan de monotonie en de sleur. De veertiger beseft dat de helft van zijn leven al voorbij is en dat sommige van zijn wensen nog niet in vervulling zijn gegaan. Nu is de laatste kans om zijn wensen en ambities alsnog in vervulling te doen gaan, het is nu of nooit.
De crisis lijkt plots op te duiken, maar is in werkelijkheid het resultaat van een lang rijpingsproces. Ze manifesteert zich vaak bij een bijzondere gebeurtenis, zoals het overlijden van een ouder, een ziekte of de adolescentie van één van de kinderen. De persoonlijke en familiale inzet is deze "crisis" te overleven, het is op de eerste plaats een alarmteken dat wijst op een behoefte aan persoonlijke ontwikkeling. Op 40 jaar is men nog jong genoeg om bepaalde professionele of affectieve keuzes te maken. Het is ook het juiste ogenblik om zijn essentiële levenswaarden te herbekijken, om te reageren, evolueren, veranderen, zijn keuzes bij te sturen en aldus meer zin te geven aan zijn bestaan. En eenmaal deze crisis achter de rug, moet men afstand doen van de illusie van de eeuwige jeugd.
Met andere woorden, de "midlifecrisis" is een gezonde crisis, een crisis die nodig is voor een geslaagde tweede levenshelft. Als antidotum voor berusting is de midlifecrisis de gedroomde gelegenheid om zijn leven meer in overeenstemming te brengen met zijn persoonlijkheid en waarden.

de zegen die hij dacht te kunnen stelen

Maar bij Jakob reikt die ervaring nog veel dieper: Jakobs waarden worden herijkt aan die van zijn Schepper, de zegen verwijdert de gifangel uit het verleden en zij zal hem ook verder begeleiden, want de strijd mondt uit in een vriendschap-voor-het-leven met die Andere. Eindelijk is Jakob nu klaar om de zegen te ontvangen, die hij 20 jaar daarvoor, dacht te kunnen stelen. Eindelijk heeft hij zijn les geleerd en kan hij "zomaar" - zonder list, zonder misleiding - ontvangen wat God hem in Zijn genade wil schenken.

Jakob vervolgt zijn weg als een ander mens: het leven heeft een nieuwe oriëntatie. Niet iedereen merkt dat op, want Jakob blijft uiterlijk dezelfde en ook de reisbestemming lijkt ongewijzigd - geen spectaculaire ommekeer zoals bij Paulus' Godsontmoeting. Maar wie aandachtig toekijkt, ziet wellicht aan kleine dingen dat, in de innerlijke mens, een vernieuwing is begonnen. Pas geleidelijk wordt die transformatie zichtbaar voor de buitenwereld.

Jakob heeft een nieuwe bron aangeboord. Dat verleent hem de kracht om de eigen zwakheid te overwinnen. Onzeker zet hij de eerste stappen in het nieuwe leven… hij weet nog niet goed om te gaan met de nieuwe zegen. De oude Jakob is gebroken, de nieuwe heeft nog veel te leren. De scherpe kantjes worden afgevijld en het spreken wordt nu zachter. Met vallen en opstaan vervolgt hij zijn tocht, maar hij zit op de goede weg en God gaat met hem mee!

Jakobs midlifecrisis laat sporen na

Jakobs midlifecrisis laat ook sporen na! Tot het eind van zijn dagen zal hij mank lopen. Zijn zelfvertrouwen heeft een knauw gekregen, zijn fierheid en zelfvoldaanheid zijn beschadigd. Hij twijfelt nu aan zijn kunnen. Zonder die zegen wil hij niet verder! Uitgedrukt in hedendaagse termen, is Jakob niet meer geschikt als CEO of manager, want te soft en niet meer gericht op winstmaximalisatie. In alles wat hij zegt en doet, houdt hij "te veel" rekening met die Ander.

Jakob past de beproefde methodes van weleer - die borg stonden voor succes en rijkdom - niet meer toe. Hij manipuleert niet langer. Hij wordt een milde man die de pijn die een ander wordt aangedaan, aanvoelt.

Milder, maar ook koppig wanneer het moet… de handicap belet hem weliswaar een marathon uit te lopen, en het tempo is trager dan voorheen, maar Jakob is standvastig wanneer het er op aankomt het nieuwe levensdoel te volgen. Onverzettelijk zal hij zijn God en medemens nu dienen. "Ik laat u niet gaan, tenzij u mij zegent" toont een andere ingesteldheid dan we tot dusver van hem gewoon waren.

Poverello als nieuwe levensstijl

Jakob staat niet alleen met zijn ervaring. Een voorbeeld uit onze tijd is Jan Vermeire. Ook hij kende een strijd, resulterend in een ommekeer in de stijl van Jakob. Geen midlifecrisis, want daarvoor was hij al te oud! Een crisis die alles op zijn kop zette en leidde tot de oprichting van Poverello - een nieuwe levensstijl die fel contrasteerde met de wereld van voorheen. Een leven als upperclasser werd verruild voor zorg voor de marginale mens.

Zo'n verandering is radicaal. De glamour met dure wagens, recepties, chique kledij, exclusieve huisvesting en exotische reizen… wordt te licht bevonden. Een overdaad aan zoeternijen wordt verruild voor een minimalisme, met als aangename bijwerking dat een feest terug feest wordt. Maar wie zo iets meemaakt loopt net als Jakob een beetje mank want het sociale netwerk, doorheen de jaren opgebouwd, kalft snel nu af, want de gespreksonderwerpen divergeren en die relaties vinden zo'n idealisme toch iets te hoog gegrepen. Maar er zijn nu zoveel nieuwe vrienden…

Jan Vermeire


Jan Vermeire wordt zichzelf in Poverello
Jan Vermeire (1919 - 1998) was arts en seksuoloog. Hij gaf zijn dokterspraktijk op en stichtte Poverello, een opvangtehuis voor zwervers en daklozen in Brussel. In 1978 opende hij de eerste Poverello. Sindsdien hebben er zich nog dertien andere Poverello's in België gevestigd. Hij heeft een hele - soms zware - weg afgelegd om te worden wie hij nu is.
"Na uw studies werd u geneesheer, en in uw drukke praktijk verdiende u veel geld. Hoe is dan de ommekeer gekomen?"
"In 1973 werd ik plots onwel. Acht dagen zweefde ik tussen leven en dood. De angst om te sterven was zeer groot. Dat was niet uit angst voor God. Ik dacht alleen maar: "Ge hebt door uw hard werken eigenlijk nog niets van uw leven gehad". Op mijn buitengoed in de Ardennen ben ik gaan uitrusten. Twee jaar heb ik "van het leven geprofiteerd". Welverdiend, dacht ik. Toch werd ik onrustig. Een boer zei me: "Een mens doet toch soms veel moeite voor niets". Ik moest denken aan al mijn moeite om geld en succes te hebben en wat het betekende. De ontmoeting met een priester, die doorlopend op de been was voor iedereen, heeft de laatste zet gegeven om een ander mens te worden. Ik besloot om, voor het eerst na dertig jaar, naar de mis te gaan bij hem. Hij hield een homilie over het lijden. Ik dacht: "Wat weet jij daarvan?" Hij liet eenvoudig een kruisbeeld zien. Plots begreep ik wat het leven van Jezus betekende en vooral zijn kruisdood. Hij was ook voor mij gestorven en wat had ik met mijn leven gedaan? Heel mijn waardeschaal - mijn vrijheid, een mooie auto, paarden… - viel uiteen. Ik heb geweend als een klein kind omdat ik besefte dat mijn leven tot dan toe niets betekend had. De priester zag dat en zei: "Gij hebt de Heer gezien. Hij laat u nooit meer los." Terug in Brussel heb ik opnieuw leren bidden met mijn vrouw. Het was niet gemakkelijk. Ik ging biechten en de priester zei: "Begin een nieuw leven en vergeet de rest." Op een dag kwam ik in de Marollen terecht. Ik voelde dat ik tussen de armen moest leven. Mijn vrouw steunde mij. We zochten een huis. We boden de arme mensen er brood aan voor vijf frank. Zo is het begonnen.

Zo'n bekering of ommekeer wordt door Enzo Bianchi als volgt omschreven:

"Sommige elementen zijn essentieel voor de authenticiteit van de geestelijke weg. Voor alles de crisis van het beeld dat we van onszelf hebben: dit is het pijnlijke maar het noodzakelijke begin van de bekering; het moment waarop het 'ik' breekt - niet het reële, maar het ideale ik dat we ons hadden gesmeed en dat we wilden najagen als de rechtmatige realisatie van onszelf. Zonder deze 'crisis' hebben we geen toegang tot het ware leven volgens de Geest. Als dit sterven aan zichzelf niet gebeurt, zal er ook geen wedergeboorte tot een nieuw leven zijn, wat de betekenis is van het doopsel."

bezegeld met een nieuwe naam

Verandering wordt in de bijbel vaak bezegeld met een nieuwe naam. Dat is geen alias - een fictieve naam als e-mailadres - om als een onveranderd mens een dubbel leven te kunnen leiden… of om beschermd te zijn tegen al die spam. Neen, de naamsverandering wijst op een fundamentele ommekeer: hier staat een ander mens! Zo ook bij Jakob: de naam die verbonden was aan bedrog of list, wordt verruild voor Israël. Dat betekent dan "diegene die met God strijdt" ofwel "God strijdt". Wat dan verwijst naar de innerlijke strijd die Jakobs waardeschaal onderste boven keerde. Maar tegelijk beduidt die naam dat God hem wil zegenen of het voor hem zal opnemen.

In sommige rechtssystemen neemt de echtgenote bij het huwelijk de naam van haar man als tweede naam aan. Zo kan je die naamsverandering van Jakob ook aanzien: Jakobs verdere leven wordt getekend door een onverbreekbare relatie met zijn God. Hij mag de wapens afleggen want "God strijdt" voor hem.

Paulus en Jan Vermeire

Een andere illustratie van zo'n ommekeer met naamsverandering - het werd hiervoor al vermeld - vinden we halfweg in de tijd, tussen Israël en Poverello. Een kleine tweeduizend jaar na Jakob en even veel jaren voor Jan Vermeire, had Saul een erg confronterende Godsontmoeting. Op weg naar Damascus viel hij van zijn paard en was hij tijdelijk blind. Die ontmoeting met Jezus was het scharniermoment. De Hebreeuwse naam Saul werd toen verruild voor de Romeinse naam Paulus, wat letterlijk "klein" betekent.

lees meer over de bekering van Paulus

"Poverello" de naam die Jan Vermeire koos voor zijn nieuw levenswerk, ligt in dezelfde lijn. Want het betekent in het Italiaans "kleine arme man" - de bijnaam van Sint-Franciscus. Zowel Paulus als Poverello zijn typerend voor de verandering en voor de handicap die gepaard gaat met die ommekeer. Invloedrijke mensen die van tel waren in de wereld, worden voor diezelfde wereld klein. De status van weleer gaat verloren… en wordt verruild voor een andersoortige grootheid.

"Want wie de kleinste onder jullie allen is, die is werkelijk groot". (Lucas 9:48)

is breuklijn dan zo scherp?

Maar is de breuklijn tussen het oude en het nieuwe leven dan zo scherp? Is de ervaring van voorheen niet nuttig? Ja en neen. Paulus blikt jaren later terug naar zijn verleden en hij beschouwt de sterke punten van weleer, nu als vuilnis. Hij haalt dat verleden aan om aan te tonen dat de levensstijl waarop anderen zich beroemen, hem niet vreemd was. Integendeel, hij was Jood, veel meer nog dan zijn kritische Joodse lezers, en presenteert zichzelf dus als het levende bewijs van de onmacht om via de klassieke religieuze levenstijl het betrachte doel te bereiken.

Want wij zijn de besnedenen, wij die God aanbidden in de Geest, onze roem zoeken in Christus Jezus en niet op onszelf vertrouwen, hoewel ik met recht en reden op mezelf zou kunnen vertrouwen. Als anderen menen op zichzelf te kunnen vertrouwen, dan ik zeker: ik ben besneden op de achtste dag, ik behoor tot Israëls geslacht, tot de stam Benjamin, ik ben een geboren en getogen Hebreeër; naar de wet ben ik een Farizeeër, wat mijn ijver aangaat een vervolger van de kerk, en wat betreft gerechtigheid op grond van de wet ben ik volmaakt. Maar wat winst voor mij was, ben ik omwille van Christus gaan beschouwen als verlies.Sterker nog, ik beschouw alles als verlies, want het kennen van mijn Heer Christus Jezus gaat alles te boven. Om Hem heb ik alles prijsgegeven, en ik beschouw alles als vuilnis als het erom gaat Christus te winnen en één te zijn met Hem. (Filippenzen 3:3 - 8)

de betovering is gebroken

Maar Paulus heeft veel geleerd uit die eerste levenshelft. Het traject dat hij doorlopen heeft, resulteerde in een diepgang die niet zomaar op schoolse wijze wordt verkregen. Bovendien is de betovering van macht, succes en glitter gebroken, wanneer men lang genoeg verbleef in de paleizen. Het risico om opnieuw in die val te trappen, is dus veel kleiner. Paulus heeft de hoogmoed van het verleden, verruild voor een tweede naïviteit, niet gebaseerd op onwetendheid of illusie, maar op de persoonlijke ervaring van het eigen falen en het falen van een wereld waarin de echte God ontbreekt.

Uiteraard kan dat verleden veel bijdragen tot de schoonheid van de vernieuwde mens. Het verleden heeft een mens gevormd tot een persoonlijkheid die zelfstandig denkt en beslist en niet zo vlug uit koers raakt. Ook zo draagt het bij tot het welslagen van de nieuwe roeping. Maar de drijfveer, de objectieven en de methodes van weleer - die blijven beter achterwege… aan de andere kant van de rivier.

Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het Koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt (Matteüs 13:53)

Geschooldheid en welsprekendheid gecombineerd met de jarenlange ervaring kunnen ongetwijfeld een pluspunt vormen, maar soms wordt zelfs dat achtergelaten aan de andere kant van de rivier. Jan Vermeire heeft wellicht die eigenschappen niet meegenomen naar de Marollen. Want daar was veeleer nood aan liefde, diep medeleven, luisterbereidheid en mededeelzaamheid… cultuur was daar niet zo van tel.

En wanneer rijkdom wél meegenomen wordt, gebeurt dat vaak via een diepe zuiverende crisis, waardoor het kostbare erts wordt fijngemalen, en door het vuur ontdaan wordt van het vuil.

hoe het verder gaat, is bij elkeen anders

De bekeringsverhalen van Jakob, Paulus en Jan Vermeire tonen veel gelijkenis. En toch is de voorgeschiedenis, de context en de aanleiding voor de ommekeer, erg uiteenlopend. En ook hoe het verder gaat, is bij elkeen anders. Jakob behield zijn rijkdom en kon zijn vermogen zelfs nog vermeerderen. Jan Vermeire stond het volledig af aan de berooide medemens. Paulus is actief op een ander terrein: hij werd een wereldreiziger die, kost wat kost, de onbekende Jezus overal zou verkondigen. Maar alle drie vonden ze hun inspiratie, hun liefde en hun kracht bij dezelfde God. En bij alle drie stond het verdere leven in het teken van Gods vriendelijke aandacht voor de mens - dat is de grootste gemene deler.

Zo kan de echte Godsontmoeting leiden tot mooie pakkende verhalen. Geen sektarisch uniform, leidend tot een verschraling van de persoon. Wel maatwerk, waarbij elkeen een eigen weg gaat en zijn ervaring op een originele persoonlijke wijze vertaalt. Zo'n vertaling is authentiek en mooi en vaak ook overtuigend en wervend voor de buitenstaander. Het lijkt dan een kunstwerk, waarin je Gods hand herkent. Soms is die creatie zichtbaar voor het groot publiek. Maar de meeste kunstwerken komen niet in de openbaarheid en dat doet niets af van hun schoonheid!

C.S. Van Audenard
november 2007

Heb je de illustratie al bekeken?
Begin