het laatste avondmaal
Heb je de illustratie al bekeken?

Einde

Neem en eet, dit is mijn lichaam

neem en eet, dit is mijn lichaam

Toen de tijd voor de maaltijd gekomen was, ging hij met de apostelen aan tafel. Hij zei tegen hen: "Wat heb ik ernaar verlangd dit paasmaal met jullie te eten vóór ik ga lijden! Want ik zeg jullie: ik zal het niet meer etentotdat het zijn vervulling heeft gekregen in het koninkrijk van God."En hij nam een beker, dankte God en zei: "Neem hem en geef hem aan elkaar door.Want ik zeg jullie: van nu af zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken totdat het koninkrijk van God is gekomen."En hij nam een brood, dankte God, brak het, gaf het hun en zei: "Dit is mijn lichaam dat voor jullie wordt prijsgegeven. Doe dit om mij te gedenken."Zo gaf hij hun na de maaltijd ook de beker, met de woorden: "Deze beker is het nieuwe verbond, een verbond dat bekrachtigd wordt door mijn bloed, dat voor jullie wordt vergoten." (Lucas 22:14 - 20)

Jezus gebruikt tijdens het "laatste avondmaal" brood en wijn om de betekenis van zijn sterven te illustreren en spreekt tegelijk bijna provocerende woorden uit. Ook vraagt Hij dat zijn discipelen Hem op die wijze zouden herdenken. Wat ook gebeurt, nu 2000 jaren lang. Theologisch kregen brood en wijn - eucharistie of avondmaal - niet altijd dezelfde betekenis. Ook vorm en inkleding kunnen, naargelang de kerk, verschillen.

Lees "de dader, het slachtoffer en de vriend" over de betekenis van dit sterven

een speciale context, die wat lijkt op een toneelstuk

Die korte maaltijd vol van symboliek, gaat sindsdien gepaard met een uitgebreide zegen. Een zegen is een gebed waarop een bijzondere nadruk wordt gelegd door de plechtige manier van spreken, veelal met gebruik van een standaardformule. Vaak wordt de zegen ingebed in een ceremonie. Het gesproken woord wordt door die plechtigheid extra in de verf gezet. Alles gebeurt zo met meer aandacht, meer respect en meer overtuiging. Ook bij het avondmaal maakt de zegen deel uit van een ritueel. De boodschap komt niet enkel via het gehoor, ook het ritueel spreekt hier duidelijke taal. Het is als een toneelstuk dat - zelfs al zwijgen de acteurs - een boodschap overbrengt.

Lees "zegen en vloek" over rituelen en liturgie

Zo is het avondmaal: een gebed dat uitgesproken wordt in een bijzondere context, die wat lijkt op een toneelstuk. Een theater waarin we nadoen wat toen gebeurd is. En het is Jezus die gevraagd heeft het drama telkens weer op te voeren. Door die woorden, door dat ritueel, worden we herinnerd aan het feit dat God ons goed wil doen, en dat Hij daar Alles voor over had. Het drama gaat over in een blijspel.

zo wordt de toeschouwer zelf ook een acteur

Deel nemen aan het ritueel, doen we bij voorkeur staande. Zo wordt de toeschouwer zelf ook een acteur. En anders dan we gewend zijn: God presenteert aan elk van ons een hoofdrol. Als elkeen ook die kans aangrijpt, zijn er geen figuranten en ook geen toeschouwers. Ieder speelt dan als acteur zijn eigen originele rol.

Dit toneelstuk is geen solo-optreden, maar een groepsgebeuren. We reiken elkaar het brood en de wijn aan. Tijdens het ritueel symbolisch. Maar daarbij stopt het niet: ook in het gewone leven met zijn grote en zijn alledaagse kleine noden, geven we vanuit onze rijkdom aan die ander, en ontvangen we zelf ter leniging van onze nood.

Als we dan, na het uitspreken van die plechtige woorden, de ceremonie afsluiten met slokje wijn en een stukje brood, mogen we beseffen dat Gods krachtige zegen alle schuld kwijtscheldt en nieuwe energie geeft om te leven. Zijn krachtige zegen kan zo elke vloek verbreken.

de Farizeeër en de tollenaar

Je kan het deelnemen aan die maaltijd ook vergelijken met het bezoeken van de tempel. Lucas geeft in het achttiende hoofdstuk van zijn evangelie de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar. Beide gaan naar de tempel, op bezoek bij God. Maar daarmee houdt de gelijkenis al op, want de Farizeeër en de tollenaar zijn twee extremen. De eerste is zo vol van eigendunk, dat hij niet God maar slechts zichzelf ontmoet. De tweede heeft niets te bieden dan zijn leegte, en blijft in wanhoop op grote afstand staan. Maar het bezoek van die tollenaar blijkt een onverhoopt succes. Het wordt een ontmoeting met een God die, anders dan verwacht, interesse toont in een gebroken mens. En zo wordt die ontmoeting zelfs een keerpunt in een verloren leven.

Naast deze twee in het oog springende figuren zijn er in de tempel nog andere bezoekers, die Jezus in de parabel onbesproken laat. Sommigen kwamen wellicht omdat ze zich verplicht voelden. Voor zo iemand wordt het een formeel bezoek, zonder vreugde en zonder resultaat.

Maar er waren ook Joden die Jahweh al langer kenden en zich al geruime tijd "vriend van God" mochten noemen. Mensen die zich bewust waren van hun rijkdom, maar ook van hun tekorten. Al hun rijkdom hebben ze te danken aan hun Schepper. En Hij neemt het hen niet kwalijk dat het soms eens fout ging, en wil hen bijstaan zodat ze sterker worden en steeds meer genietbaar.

een deelname uit hongersnood

Deelnemen aan het avondmaal, lijkt soms op zo'n bezoekje aan de tempel. Niet na te volgen, is het voorbeeld van de Farizeeër die God misloopt omdat hij apetrots zichzelf gaat meten. En omdat hij vol minachting zijn tafelgenoot verstoot - denk aan die tollenaar. "Een schande dat die hier durft binnenkomen" zo zal hij wel gedacht hebben.

Meedoen aan de maaltijd om formele redenen is ook niet vruchtbaar. Wie Jezus bezig ziet, weet dat Hij niet gediend is met beleefdheidsbezoekjes "omdat het nu eenmaal moet". Nochtans was de aanwezigheid als toeschouwer bij die bijzondere maaltijd voor christenen decennia lang een verplichting, zelfs wanneer men zich niet waardig achtte van het brood te eten, en de communie voorbij liet gaan.

Aanbevelenswaardig daarentegen is een deelname uit hongersnood - zoals de tollenaar die zo van de hongerdood gered werd - of uit oprechte vriendschap, uit respect of uit andere eerbare motieven. Wie zo komt, mag gewoon zichzelf zijn. Hij komt met zijn vreugde en verdriet, zijn kracht en zwakheid, zijn zekerheden en zijn wanhoop… en vindt hier de gelegenheid om God te ontmoeten. De teneur van die ontmoeting kan sterk verschillend zijn. Soms is het een feestmaal en ervaart men diepe dankbaarheid en intense vreugde. Soms overheerst de pijn of de frustratie - misschien een inzicht in eigen falen, misschien ruzie en het onbegrip. Misschien medeleven met een tollenaar die anderaan de kerk zit, en zich niet waardig acht dat stukje brood te eten.

Altijd weer komt men in de nabijheid van een God die de mens liefheeft met zuivere motieven en op een rijke en volwassen wijze. Een God die kansen zoekt om de mens te zegenen. De radeloze ontvangt zo wijsheid, de wijze krijgt bescheidenheid, Aan de zwakke geeft Hij kracht, aan de krachtige tederheid. De rijke wordt gezegend met mededeelzaamheid, aan de overmoedige krijgt te horen dat het best een toontje lager kan.

een veilige ontmoetingsplaats, ook voor wie geregeld struikelt

Het avondmaal is zo een veilige ontmoetingsplaats, ook voor wie geregeld struikelt. Onze liefde voor God mag dan wel klein zijn, Zijn liefde is groot. We mogen onszelf tonen zoals we zijn, zonder risico op een snauw en een beet.

Veilig ja, maar niet voor Judas, die slechts met bedrieglijk inzicht, als informant aanwezig was, en zich nog meer verhardde. "Onderzoek jezelf of je wel kan deel nemen aan die maaltijd", is een advies van Paulus. Onszelf eerst eens in de spiegel bekijken wanneer we Hem gaan ontmoeten, is raadzaam. Bedoeling daarvan is dat we niet vervallen in de sleur en in alle oprechtheid komen. Geen leugen, geen misplaatste trots, geen wollig taalgebruik. Maar ook geen kruiperigheid of valse bescheidenheid. En bij het herdenken van een offer met zo een hoge prijs, past evenmin een lauwe onverschilligheid.

Wie zichzelf beoordeelt moet niet gaan vergelijken. God gunt iedereen een kans en legt juist daarom de lat niet voor iedereen gelijk. In de gewone wereld is dat meestal anders: wie klein is van gestalte, maakt in het basketbal geen kans. De ring hangt altijd op dezelfde hoge hoogte. Jezus zegt dat het bij de Vader anders gaat: wie veel talenten heeft, moet ook veel geven. Maar van wie weinig talenten heeft, wordt niet zo veel verwacht.

weldoorvoed ga je hier niet van tafel

Hoe eindigt nu zo'n maaltijd? Weldoorvoed ga je hier niet van tafel. Is dat beetje brood, dat slokje wijn niet als een aperitief, die geen honger stilt, maar aanscherpt? Een prelude of een intro - wel mooi op zich, maar onvoltooid?

C.S. Van Audenard
december 2001
herwerkt in april 2003

Heb je de illustratie al bekeken?
Begin