Heb je de schilderijen al bekeken?
Einde

Lees wat vooraf gaat "de Da Vinci Code (I) - de Priorij van Sint Agnietenberg"

de "Da Vinci Code"

DEEL II - De (weggemoffelde?) evangeliën

waarom alleen gelijkgezinden?

Een zoektocht naar die juist begrepen bloedlijn is echt wel zinvol. Maar waar start het onderzoek? Welke bronnen moet je raadplegen? Want de Da Vinci Code mag dan wel onzin zijn, de kritiek op de gemanipuleerde bronnen, blijft toch wat in de kleren hangen. Getuige daarvan een uittreksel van een artikeltje onder de kop "Dan Brown beïnvloedt het geloof in Jezus" uit de Metro van 18 april 2006, ter gelegenheid van Pasen.

"Volgens 13 % van de Amerikanen en 17 % van de Canadezen is de dood van Jezus Christus aan het kruis een legende en had hij vrouw en kinderen. Andrew Granville van Ipsos vermoedt dat die groep beïnvloed is door Dan Browns boek De Da Vinci Code. Daarin staat de stelling centraal dat Jezus getrouwd was met Maria Magdalena en er ook kinderen mee had. "Deze overtuiging circuleert al heel lang en maakt al bijna duizend jaar deel uit van de agnostische traditie, maar ze was niet erg wijdverbreid vóór het succes van De Da Vinci Code", zegt Granville. "Ik ben echt verbaasd dat het percentage zo hoog ligt in de VS, want dit is een van de meest religieuze landen ter wereld. Wat het christendom betreft is het zelfs een van de meest conservatieve landen", weet Granville. "Dat toont aan hoe een verhaal of een roman de opinie kan wijzigen en vormgeven.".

Velen vragen nu zich af hoe het zit met die alternatieve evangelies. De evangeliën van Thomas, Petrus, Nicodemus, of Bartholomeüs bijvoorbeeld, of van Judas… Waarom zitten die niet in de bijbel? En de Handelingen van Petrus, Paulus en Johannes ? Of de briefwisseling tussen Jezus en koning Abgar van Edessa? Waarom alleen gelijkgezinden? Heeft de kerk een selectief gehoor? Werd de bijbel door de kerk herschreven?

een uitdaging om de historische betrouwbaarheid te toetsen

De insinuaties doen de gelovige een beetje pijn. Want via die bijbel heeft hij Jezus leren kennen als zijn God, zijn Vriend, zijn Ombudsman, zijn Zo-veel-meer… hij heeft heel veel aan Hem te danken. Hij weet ook wat zijn God wil aanbieden aan een cultuur in nood, en ziet die boodschap van Jezus gehypothekeerd, doordat Zijn goede naam geschaad wordt. De gelovige die zich nooit verdiept heeft in de ontstaansgeschiedenis van de bijbel, voelt zich ongemakkelijk, want hij heeft geen bevredigend antwoord op de kritieken.

Maar waarom de toegeworpen handschoen niet oprapen? De Da Vinci Code vormt inderdaad een uitdaging om de historische betrouwbaarheid van teksten, door velen eeuwenlang gekoesterd of verguisd, te toetsen.

een conferentie omtrent het thema

Op 20 mei 2006 had in de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven een conferentie plaats omtrent het thema. De Uitnodiging luidde als volgt:

"Het boek van Dan Brown, de Da Vinci Code, heeft vele vragen opgeroepen, bij christenen en bij niet-christenen. Vragen over de geloofwaardigheid van de traditionele boodschap van christendom. Over de mogelijke geheimen die in weggemoffelde evangeliën zijn opgeslagen en elk ogenblik aan het licht kunnen komen. Over verzwegen episoden uit het leven van Jezus, over zijn vrouw misschien, en over eventuele kinderen uit zijn huwelijk. Volgens Dan Brown worden de antwoorden op al die vragen zorgvuldig bewaakt door mystieke genootschappen, en zouden er voor het christendom heel wat pijnlijke waarheden onthuld worden als men de oude manuscripten zou inzien, die onbenut in bibliotheken liggen opgeborgen. Op 20 mei wijdt de Evangelische Theologische Faculteit een studiedag aan de fantastische insinuaties en de alternatieve reconstructies van het vroege christendom uit de Da Vinci Code. Gie Vleugels (hoogleraar Nieuwe Testament) en Maria Verhoeff (medewerkster vakgroep kerkgeschiedenis) leggen uit hoe de vork aan de steel zit. Het is niet de bedoeling hun mening tegenover die van Dan Brown te zetten, maar feit en verdichtsel te contrasteren. Wat is zeker waar? En wat is het zeker niet? En waarover kan men, op grond van de beschikbare documentatie, van mening verschillen?

Hierna worden de 14 verdedigde stellingen weergegeven. Ze betreffen de weerlegging van wat gesuggereerd wordt in de Da Vinci Code. Achtereenvolgens komen volgende thema's aan bod:

De omkaderde tekst is van de sprekers. De daarop volgende tekst is gebaseerd op de mondelinge toelichting tijdens de conferentie, aangevuld met eigen studie.

* * *

A) Een ander christendom?
De vorming van het christendom in de eerste 4 eeuwen (Maria Verhoeff)

 

1. Keizer Constantijn heeft nooit geprobeerd de leer van de Kerk aan te passen.

Constantijn heeft tijdens het concilie van Nicea niets verbazingwekkends gedaan. Zijn primaire doel was de eenheid in de kerk te bewaren, en daarmee ook in zijn rijk. Theologisch gezien was hij zelfs niet in staat de hele procedure in Nicea te regisseren. Bovendien verwachtte hij dat de kerkleiders zelf de eenheid zouden bewerkstelligen.

Constantijn (ca. 274 - 337) was geen doetje. Wie de geschiedenis er op naleest, komt ondermeer terecht in veldslagen, paleisrevoluties, intriges, familiedrama's en allianties die verzegeld werden door een huwelijk met zus Constantia,… In 313 ontmoette Constantijn in Milaan Licinius (250 - 325), die toen samen met Galerius als Romeins keizer regeerde over het Oosten en dat leidde tot het "edict van Milaan" - een reeks maatregelen omtrent de religieuze politiek, waaronder de erkenning van het recht christen te zijn, na 3 eeuwen van vervolging. Constantijn was het christelijk geloof genegen, maar zijn godsbeeld was vaag en ondogmatisch. Hij stond voor godsdienstvrijheid, doch wenste tegelijk dat er binnen elke godsdienst vrede en eendracht zou heersen. Tijdens de regering van Constantijn werd het christendom slechts beperkt bevoordeeld boven andere geloofsgemeenschappen. Pas in 380 proclameerde keizer Theodosius de christelijke staatskerk.

De vraag of Constantijn om opportunistische redenen, of uit overtuiging christen werd, en op welk tijdstip dit gebeurde, is moeilijk te beantwoorden. Het feit dat hij zich pas op zijn sterfbed liet dopen, was in die dagen niet ongewoon. Door de doop werd alle schuld vergeven. De vrees om door misstappen die genade te verliezen, leidde er toe dat de doop zo lang mogelijk werd uitgesteld. Het lijkt er op dat Constantijn christen was, al moet erkend worden dat leer en leven veelal niet samenvielen.

In het concilie van Nicea wordt het Ariaanse hiërarchische godsbeeld - Jezus was God, maar dan ondergeschikt aan de Vader - officieel verworpen. Toch heeft deze leer in de daaropvolgende decennia een sterke invloed op het denken in grote delen van het Romeinse Rijk. Het zorgde zo voor een kader waarin het keizerschap evolueerde naar een absolute monarchie, gebaseerd op goddelijk recht.

Uit brieven van Constantijn aan de bisschoppen blijkt dat hij aandrong op eenheid in de kerk en dus intervenieerde in kerkelijke aangelegenheden, maar er zijn geen aanwijzigen dat hij theologische standpunten opdrong. "Wat aanbevolen wordt door 300 bisschoppen, kan niet anders dan de leer van God zijn" schrijft hij in één van zijn brieven. Constantijn dringt aan op eensgezindheid - een initiatief dat zowel politiek, als religieus geïnspireerd kan zijn. Maar hij zegt niet wat die eensgezindheid moet inhouden. Integendeel, daar waar kerkelijke leiders hem in allerlei kwesties wilden betrekken, trad hij veeleer terughoudend op.

 

2. Alle aanwezige kerkleiders op het concilie te Nicea zouden de Apostolische Geloofsbelijdenis van harte hebben onderschreven.

Het criterium dat bij de concilies gehanteerd werd, was "dat wat de christenen overal, sedert de tijd van de apostelen hadden geloofd, verkondigd en beleden". Men was dus aangewezen op de tradities die de kerk koesterde. Vandaar dat de geloofsbelijdenis van Arius zeer orthodox bleek. Er werd niet geïmproviseerd, maar slechts verzameld en vergeleken.

Het concilie van Nicea (gelegen in Turkije) had plaats in het zomerpaleis van Constantijn van 20 mei tot 25 juli 325. Het werd samengeroepen door Constantijn die bezorgd was omtrent de verdeeldheid, ontstaan rond de leer van Arius (ca. 256 - 336). Constantijn kon die interne strijd wel missen, want de verdediging van de bedreigde grenzen en de ruzies in de keizerlijke familie baarden hem al voldoende zorgen.

Arius had zijn geloofsbelijdenis gemeen met de orthodoxen. Maar hij was wijsgerig goed geschoold en wou niet weten van een veelgodendom. De goddelijkheid van Jezus wist hij theologisch niet te plaatsen. Arius kende Jezus dan ook een ondergeschikte goddelijkheid toe, minder dan de Vader. Hij was niet de eeuwige oneindige almachtige God. Niet de goddelijkheid van Jezus stond in Nicea ter discussie, wel de aard van de goddelijkheid.

Arius was actief in Alexandrië en zorgde met zijn leer vanaf 323 voor heel wat controverse, juist omdat de goddelijkheid van Jezus één van de onbetwiste peilers was van het christelijk geloof. Na een mislukte verzoeningspoging riep Constantijn de bisschoppen samen. In dit concilie werd de interpretatie van Arius afgewezen en werd hij geëxcommuniceerd en uit het ambt ontheven. Tegelijk werd een Symbolum uitgevaardigd - een samenvatting van de geloofswaarheden, de hierna vermelde geloofsbelijdenis van Nicea. De Arianen gaven zich echter niet gewonnen en het conflict met de orthodoxen werd gepolitiseerd. Aan de verdeeldheid kwam pas vele decennia later een einde toen het Concilie van Constantinopel in ca. 381 met het concept van de drie-ene God de tegenstellingen overbrugde.

Dan Brown stelt dat Constantijn het concilie van Nicea heeft samengeroepen om Jezus - tot dan toe een menselijk profeet - tot Zoon van God te verheffen. Zo werd aan het christendom een hoger gezag verleend, wat zijn eigen gezag ten goede kwam. Die beslissing zou op zijn aandringen door het Concilie genomen zijn bij stemming met een krappe meerderheid.

De geschiedenis spreekt dit dus tegen. Constantijn had over de theologische aard van Jezus' goddelijkheid vermoedelijk geen uitgesproken mening. In de latere geschiedenis koos hij - tegen het Concilie in dus - soms de kant van de Arianen.

De bewering dat Jezus tot dan toe slechts een menselijk profeet was, slaat zoals hiervoor werd toegelicht, nergens op. Drie eeuwen lang werden Christenen vervolgd, in hoofdzaak omdat zij Jezus als God beschouwden. Voor de Joden was deze aanspraak godslasterlijk, want in strijd met het monotheïsme. Het was deze aanklacht die leidde tot Jezus' kruisdood.

Romeinen waren religieus ruimdenkend. Niemand hoefde zijn eigen geloof te verloochenen, op voorwaarde dat het van staatswege verplichte offer aan de keizer werd gebracht, wat impliceerde dat de keizer net een trapje hoger stond. Maar de christenen erkenden slechts absoluut gezag toe aan hun Jezus. Het verplichte offer werd ingevoerd als middel om de christenen op te sporen en hen te dwingen in de pas te lopen. Wie het offer had gebracht kreeg een "libellus" of een boekje dat gold als vrijgeleide. Wie weigerde, wachtte gevangenschap met foltering, verminking of terechtstelling.

Zolang de christenen beschouwd werden als een Joodse sekte, genoten zij de vrijstellingen die de Romeinen aan het Jodendom toekenden. Naarmate de Joden afstand namen van Joodse christenen, en meer en meer Romeinen en Grieken christen werden, raakten de christenen in moeilijkheden. Hun stichter was indertijd trouwens door de Romeinse bezettingsmacht ter dood veroordeeld! Zij waren atheïsten die de woede van de goden uitlokten en dus verantwoordelijk waren voor alles wat mis ging. De Romeinse vervolging van de christenen hield dus rechtstreeks verband met de overtuiging van de christenen dat Jezus God is. Anders dan de Da Vinci Code stelt, werd de goddelijkheid van Jezus niet in 325 om geopolitieke redenen "uitgevonden". Dat Constantijns positieve houding tegenover het christelijk geloof, zijn gezag versterkte, is uiteraard een feit.

 

3. Alle artikelen van de geloofsbelijdenis die in de vierde eeuw werd bekrachtigd, werden in de eerste twee eeuwen ook al verdedigd.

Wat in de vierde eeuw bekrachtigd werd, was niet meer dan een expliciete verwoording van wat tot dan toe impliciet was gebleven, maar wel tot de vanzelfsprekende kern van de vroegchristelijke verkondiging had behoord.

Dan Brown suggereert een machtsgreep door het patriarchale Vaticaan, in de eerste eeuwen. Door hun toedoen werd het echte - door Maria Magdalena begrepen - evangelie verdrongen. Het werd vervangen door verhalen waarin de mannenwereld werd gemandateerd. Geschriften met de ware leer, werden op aandringen van het Vaticaan in de eerste eeuwen massaal vernietigd. Hier en daar werd een geschrift van de ondergang gered. Een aantal van die geschriften werd - voor sommigen als bij wonder - teruggevonden in 1945 in Nag-Hammadi (Egypte).

De voormelde redenering miskent het feit dat er in de eerste eeuwen nog geen sprake was van het Vaticaan. Pas sinds paus Symmachus (498 - 514) was er een woning op de Vaticaanse heuvels waarin de pausen geregeld verbleven. Er was in de eerste eeuwen een weid verspreide en deels ondergrondse kerk, onder de verantwoordelijkheid van "oudsten", die uit hun midden een "opziener" (een bisschop) kozen. Aangesteld worden tot bisschop was overigens tot het begin van de vierde eeuw een riskante zaak, aangezien de Romeinse overheid vooral de leiders van de kerk opspoorde, gevangenzette of doodde. In die tijd was bisschop veelal een synoniem voor martelaar.

Dat er in de eerste eeuwen veel geschriften werden vernietigd ligt voor de hand. Maar die vernietiging gebeurde door de Romeinse overheid, als onderdeel van de vervolging van het christendom, en betrof dus vooral orthodoxe geschriften - net het tegendeel als wat Dan Brown beweert. Met name onder Diocletianus (236 - 316) was er sprake van een christenvervolging met een inlevering van geschriften en gevangenname van de leiders, gepaard gaande met een amnestie voor wie het offer bracht.

De echte Roomse machtsstructuur is pas ontstaan na officialisering van het christendom. Wel was er in de na-apostolische tijd - in de tweede en de derde eeuw - reeds sprake van de invoering van een hiërarchie. Ten dele omdat de plaatselijke kerken geconfronteerd werden met oplichters en dwaalgeesten, werd gaandeweg een hiërarchie uitgebouwd die toezicht kon uitoefenen. Daarbij werd ook teruggekeerd naar het Joodse onderscheid tussen priesters, levieten en het volk. "Het algemeen priesterschap van de gelovigen", waar Petrus het over heeft in één van zijn brieven, werd dus al vroeg verlaten. Priester zijn werd een full-time job.

Hoewel de kern van het geloof, zoals uitgedrukt in de geloofsbelijdenis ook na het edict van Milaan behouden bleef, kwamen er tal van uiterlijkheden bij. Bischoppen werden hoogwaardigheidsbekleders met kledij gelijkend op de Romeinse functionaris, en met het daarbij passend eerbetoon, zoals een buiging of een knieval. Als een weerspiegeling van de hofstijl werden wierook en kaarsen ingevoerd en grote processies gehouden. Martelaren werden nu als heiligen vereerd, en zo werd de afstand met het heidense veelgodendom wat kleiner.

Maar Jezus riep hen bij zich en zei: "Jullie weten dat zij die volken besturen, over hen heersen en dat de leiders hun macht laten gelden. Zo moet het bij jullie niet gaan. Nee, als iemand van jullie de belangrijkste wil zijn, moet hij jullie dienen, en als iemand van jullie de eerste plaats wil innemen, moet hij voor jullie het slavenwerk doen. Neem een voorbeeld aan de Mensenzoon: Hij is niet gekomen om zich te laten dienen, maar om zelf te dienen en zijn leven te geven in ruil voor het leven van veel anderen." (Matteüs 20:25 - 28)

***

Een ander argument tegen de alternatieve evangelies is de continuïteit met het verleden. Wie een beetje graaft in het Oude Testament ontdekt een rode draad en een eenheid in opzet. Jahweh openbaart zich aan het Joodse volk via Abraham, via Mozes en de profeten. De oude eredienst zit bol van symboliek die na de komst van Jezus - het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt - pas echt betekenis krijgt. Profetische offerdiensten en woorden in de oude boeken geven de kern van het latere evangelie weer. Jezus dient zich aan als de Messias of de vervulling van het Oude Testament.

Via Amfipolis en Apollonia reisden ze naar Tessalonica, waar de Joden een synagoge hadden. Zoals gewoonlijk ging Paulus naar hen toe, en drie sabbatdagen achtereen debatteerde hij met hen. Aan de hand van teksten uit de Schrift toonde hij aan dat de Messias moest lijden en sterven en daarna uit de dood moest opstaan. "Deze Messias," zo zei hij, "is Jezus, die ik u nu verkondig." (Handelingen 17:1 - 3)

Wie de alternatieve Jezus volgt, distantieert zich dus niet enkel van de orthodoxe evangelies, maar ook van het Oude Testament. Dan Brown brengt dus geen gecorrigeerde versie van het vroeg joods-christelijk geloof, hij brengt een nieuw en ander geloof, waar Jezus ten onrechte wordt bij betrokken.

"Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze hun volle betekenis te geven. Ik verzeker u: zolang hemel en aarde bestaan, zal niet één lettertje of streepje uit de wet geschrapt worden totdat alles gebeurd is. Wie dus een van deze geboden afschaft, al is het nog zo klein, en anderen leert hetzelfde te doen, zal de kleinste genoemd worden in het hemelse koninkrijk. Maar wie zich aan de geboden houdt en anderen leert hetzelfde te doen, die zal een grote naam hebben in het hemelse koninkrijk." (Matteüs 5:17 - 19)

De orthodoxe bijbel bevat een interne coherentie. Al deze geschriften, erg uiteenlopend van stijl en van cultureel kader, en ontstaan over meer dan één millennium, vormen toch één geheel. Ze leggen weliswaar andere accenten, maar ze vertrekken van eenzelfde godsbeeld, propageren eenzelfde leer en dezelfde morele normen. Men kon de geschriften van het Nieuwe Testament dus ook toetsen aan hun concordantie met "de Schrift" die Jezus als gezaghebbend aanvaardde.

Wat de eenheid in godsbeeld betreft, deelt niet iedereen die mening. Sommige passages in het Oude Testament zijn inderdaad barbaars, en moeilijk te plaatsen. In de wraakpsalmen herken je Jezus' stem niet. In veel andere Psalmen natuurlijk wel. Feit is, dat Jezus in tal van uitspraken Jahweh belijdt als God de Vader, en de oude boeken herkent als Woord van God. Tegelijk wijt Hij vrouwonvriendelijke wetgeving aan hun hardheid en hun koppigheid. Niet alles wat de gelovige in het Oude Testament aan God toeschrijft, komt dus ook van Hem. De Bijbel beschrijft de geschiedenis niet mooier dan ze is, met zijn wreedheid en bloedvergieten. Het uitverkoren volk had weliswaar andere leefgewoonten dan de volken rondom hen, maar ze waren tegelijk ook kinderen van hun tijd die zich aan wreedheden bezondigden.

Ze zeiden: "Mozes heeft de man toegestaan een scheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten." Jezus zei tegen hen: "Hij heeft dat voor u opgeschreven omdat u zo harteloos en koppig bent." (Marcus 10:4 - 5)

 

4. Met betrekking tot het christelijke geloof bracht de vierde eeuw geen revolutionaire omwenteling teweeg ten opzichte van de eerste drie eeuwen.

De geloofsbelijdenis die werd vastgelegd op het concilie van Nicea is geen weerspiegeling van de machtsstructuur van de Constantijnse kerk. Het doel was en bleef: het verenigd blijven rond de authentieke leer van en over Jezus.

De apostolische geloofsbelijdenis of het Symbolum wordt beschouwd als een beknopte samenvatting van de leer van de apostelen. Ze bevat de voornaamste leerstellingen van het christelijk geloof en werd gedurende de eerste eeuwen onder meer gebruikt door diegene die zich dopen. De tekst vinden we terug in de geschriften van Irenaeus (ca. 140 - ca. 202). Uit vergelijking met de geloofsbelijdenis die in Nicea in 325 werd aanvaard, en in 381 in Constantinopel werd aangevuld, blijkt dat geen nieuwe dogma's werden toegevoegd. Wel werd de oude leer theologisch verder uitgewerkt en geëxpliciteerd.

Apostolische Geloofsbelijdenis
de Twaalf Artikelen van het Geloof Geloofsbelijdenis van Nicea
(tekst aanvaard door het concilie van Nicea in 325, en aangevuld door het concilie van Constantinopel in 381)

Ik geloof in God, de almachtige Vader,
Schepper van Hemel en Aarde Wij geloven in één God, de almachtige Vader,
Schepper van de hemel en de aarde,
van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in Jezus Christus,
zijn enige Zoon, onze Heer En in één Heer Jezus Christus,
de eniggeboren Zoon van God,
geboren uit de Vader voor alle eeuwen,
God uit God, Licht uit Licht,
waarachtig God uit waarachtig God;
geboren, niet geschapen,
één van wezen met de Vader;
door Hem zijn alle dingen geworden.
Terwille van ons mensen en van onze redding
is Hij neergedaald uit de hemel die ontvangen is van de Heilige Geest
geboren uit de Maagd Maria
die geleden heeft onder Pontius Pilatus
is gekruisigd, gestorven en begraven
de derde dag is opgestaan uit de doden en mens geworden door de Heilige Geest
uit de maagd Maria en is mens geworden.
Hij is ook voor ons gekruisigd onder Pontius Pilatus,
heeft geleden, is begraven.
Op de derde dag is Hij opgestaan
overeenkomstig de Schriften. die opgestegen is naar de hemel
zit aan de rechterhand van God
de almachtige Vader Hij is opgestegen naar de hemel,
zit aan de rechterhand van de Vader van daar zal Hij komen oordelen
de levenden en de doden. en zal in heerlijkheid weerkomen
om te oordelen de levenden en de doden.
En zijn rijk zal geen einde hebben. Ik geloof in de Heilige Geest En in de Heilige Geest,
die Heer is en levend maakt,
die van de Vader (en de Zoon) uitgaat,
die samen met de Vader en de Zoon aanbeden
en verheerlijkt wordt,
die gesproken heeft door de profeten. de heilige katholieke kerk
de gemeenschap van de heiligen En een heilige, katholieke en apostolische kerk. de vergeving van de zonden
de opstanding van het lichaam
en het eeuwig leven Wij belijden een doop
tot vergeving van de zonden.
Wij verwachten de opstanding van de doden
en het leven van de komende eeuw.

* * *

B) Andere evangeliën?
Andere informatiebronnen over Jezus en zijn leer dan de boeken van het Nieuwe Testament (Gie Vleugels)

 

5. De oudste christelijke geschriften zijn de boeken van het Nieuwe Testament.

Zelfs de grote pleitbezorgers van het apocriefe 'christendom', zoals Ehrman, kunnen geen vijf geschriften noemen die qua ouderdom - uitgaande van hun eigen datering - met de Nieuw Testamentische geschriften kunnen wedijveren.

Hoe ouder een geschrift is - hoe dichter bij de feiten, hoe meer redenen om aan te nemen dat het de feiten correct weergeeft. Wat dat betreft zit het Nieuwe Testament goed: de oudste christelijke geschriften, zijn de boeken die deel uitmaken van het Nieuwe Testament. Die chronologie wordt bevestigd, zowel door orthodoxe als door kritische bronnen. In het standaardwerk "Das Neue Testament und frühchristliche Schriften - übersetzt und kommentiert" van Klaus Berger en Christiane Nord, zijn de 15 oudst gedateerde geschriften, allemaal boeken uit het Nieuwe Testament. Uit het boek "The New Testament and other christian writings" van Bart Ehrman volgt een gelijkluidende conclusie. Van de oudste 30 vroeg-christelijke geschriften zijn er 27 opgenomen in het Nieuwe Testament.

Dat vermoeden van correctheid geldt natuurlijk enkel indien het geschrift zichzelf ook presenteert als non-fiction. Dat blijkt dan uit de stijl, en uit de inhoud. Inhoudelijke aanwijzingen van de historiciteit vind je op vele plaatsen in de boeken van het Nieuwe Testament. De schrijver benadrukt dat de feiten gecontroleerd werden, er worden ooggetuigen aangehaald, het reisverhaal is concreet en wordt bevestigd door de andere geschriften, de brieven bevatten historische details… en dit in fel contrast met de legenden die in hoofdstuk 12 worden toegelicht.

Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om een verslag te schrijven over de gebeurtenissen die zich in ons midden hebben voltrokken, en die ons zijn overgeleverd door degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest en dienaren van het Woord zijn geworden, leek het ook mij goed om alles van de aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor u, hooggeachte Theofilus, op schrift te stellen, om u te overtuigen van de betrouwbaarheid van de zaken waarin u onderricht bent. (Lucas 1:1-4)

 

6. Het gros van de oudste buitenbijbelse geschriften die aanknopen bij het optreden of de boodschap van Jezus, is orthodox.

De oudste dateerbare onorthodoxe geschriften die bewaard zijn gebleven (Geheime boek van Johannes , Evangelie van Judas) dateren uit het midden van de tweede eeuw. Heel wat orthodoxe buitenbijbelse geschriften zijn ouder (Clemens, Ignatius, Polycarpus).

"Christen" is geen beschermde naam. Wie zich zo wil noemen, doet dat maar, zelfs al heeft hij een hoogst persoonlijke theorie ontwikkeld die inhoudelijk niets met het christelijk geloof te maken heeft. Wie het kaf wil scheiden van het koren, heeft dus een referentiekader nodig. "De twaalf artikelen van het geloof" lijkt de beste toetssteen. Die apostolische geloofsbelijdenis bevatte de samenvatting van de essentie van het christelijk geloof. Het was de algemeen aanvaarde grondwet van de eerste christenen. Dit lijkt een goede referentie om uit te maken wat zich terecht christelijk noemt.

Alle boeken van het Nieuwe Testament doorstaan deze toetsing aan de orthodoxie. Deze geschriften zijn erg uiteenlopend qua stijl en inhoud, maar bevestigen elk op hun manier diezelfde grondwaarden en convergeren dus. Ze zijn ook onderling coherent: de evangelies, het boek Handelingen en de brieven gaan duidelijk uit van dezelfde feiten. Wanneer ze met elkaar vergeleken worden, bevatten ze weliswaar kleine tegenstrijdigheden - we denken dan bv. aan de beschrijvingen van het laatste avondmaal en de verrijzenis, maar dat toont ook aan dat het echte getuigenissen zijn, en geen opgezette constructies.

De oudste buitenbijbelse geschriften zijn in dezelfde zin orthodox. Ook de opsomming van Ehrman bevat 24 buitenbijbelse zeer oude geschriften die volkomen orthodox zijn. Stellen dat het christendom van de eerste eeuwen een regenboog aan uiteenlopende visies bevatte is dus onjuist. Er waren meningsverschillen over de aard van het God-zijn van Jezus, over het al of niet volgen van de Joodse tradities,… maar er was een ruim aanvaarde "grondwet", een eenheid in geloof omtrent heel veel punten. Er kwamen kritieken van binnenuit, maar die hadden geen betrekking op de twaalf artikelen.

De homogene christelijke familie werd uiteraard aangevallen van buitenaf. De Handelingen van Johannes kan gezien worden als een aanval. Dit document wordt gerekend bij de onorthodoxe "ketterse" geschriften. Maar zelfs dit boek erkent ondermeer met de woorden "Gij zijt God en niemand anders", wordt Jezus ook hier als God erkend. Een grote meerderheid van de dissidente buitenstaanders trok Jezus' goddelijke natuur niet in twijfel. Eerder zijn menselijke, dan zijn goddelijke aard, werd in vraag gesteld. De bewering dat Jezus' goddelijkheid "doorgedrukt" werd in de derde eeuw, is dus uit de lucht gegrepen.

 

7. Buiten de ons bekende vier evangeliën is geen enkel evangelie ooit voor opname in de canon overwogen.

Geen van de ons bekende apocriefe evangeliën heeft een betekenende verspreiding gekend. Zelfs orthodoxe bestrijders van ketterij zijn veelal onbekend geweest met deze evangeliën of hebben ze slechts in uithoeken aangetroffen. Niemand maakt melding van zelfs een voorstel tot opname in de bundel van maatgevende boeken. Alternatieve collecties zijn smaller, niet breder.

In de Da Vinci Code brengen de deelnemers aan het Concilie van Nicea elk hun stapel evangelies mee, en dan volgt een bitsige discussie. De werkelijkheid was anders: de agenda van dit concilie is bewaard gebleven. De vraag welke evangelies erkend moesten worden, was niet aan de orde. Spontaan was er in de voorbije drie eeuwen reeds een consensus gegroeid omtrent de vier evangeliën. Die stand van zaken werd door het concilie geëxpliciteerd en bekrachtigd.

Eén van de discussiepunten van het concilie betrof de leer van Arius. Maar omtrent de samenstelling van het Nieuwe Testament, waren zelfs Arius en zijn tegenstrevers het eens.

Een enkeling heeft inderdaad een alternatieve canon - de verzameling van boeken van het nieuwe testament - voorgesteld. Dergelijke voorstellen waren steeds smaller, nooit breder, dan de huidige verzameling. Zo gingen er stemmen op om het Johannes evangelie, de brief aan de Hebreeën of de Openbaring van Johannes te weren, want te riskant. Niet omdat men twijfelde aan de juiste inspiratie, wel omdat deze geschriften door hun speciale stijl door sommigen aangegrepen werden als de grondslag voor een nieuwe sekte. De Gnostici zagen wel wat in de filosofische benadering van Johannes en wie het boek Apocalyps isoleerde van de rest, kon van daaruit esoterische theorieën uitwerken.

 

8. De 'variant van het christendom' die vertegenwoordigd wordt in apocriefe evangeliën als 'het Evangelie van Judas' staan verder van het christendom dan Islam en atheïsme.

'Judas' predikt openlijk een andere God. Hij keurt de schepping af en de zondeval goed.

Het evangelie van Judas staat diametraal tegenover de christelijke geloofsbelijdenis. Wat deze "Judas" brengt, heeft met het origineel niets te maken. Alles staat hier op z'n kop. Zelfs de Joodse wortels worden ontkend: niet Jahweh, maar de duivel heeft de wereld geschapen. De discipelen zijn de loosers, die geregeld door Jezus uitgelachen worden… Deze tekst werd niet geschreven werd als een verslag, eerder als een aanval en een parodie. De Nederlandse vertaling van dit geschrift vind je op het internet zodat elkeen zich hierover een oordeel kan vormen.

Het geschrift behoort niet tot het literaire genre van de getuigenverslagen. Je vindt geen link naar politieke en maatschappelijke gebeurtenissen. Het behoort, samen met de andere alternatieve evangelies, tot de legenden.

Wie het evangelie van Judas rekent bij het christendom, kan net zo goed Madonna's "Confessions" voorstellen als een christelijke act. Want ook Madonna ontleent haar woordenschat deels aan het religieuze taalgebruik, ze zet een doornenkroon op en ze laat zich hangen aan een weerspiegeld kruis…

Dan Brown heeft het over een roze lijn. In de letterlijke zin, een lijn in de voetpaden doorheen Parijs. In de figuurlijk zin een lijn van pantheïsme doorheen de geschiedenis. Die lijn vertrekt vermoedelijk uit Babylon, waarheen een deel van het Joodse volk in 586 voor Christus werd gedeporteerd. Waarschijnlijk ontstond daaruit de Kabbala, door vermenging van het Joodse geloof met de Babylonische religies. Het gnosticisme uit de tweede en de derde eeuw, de theosofie, new age… bouwen daarop verder. Sommige apocriefe geschriften kennen die gnostische vermenging van godsdiensten. Deze geschriften hebben weinig uitstaans met de orthodoxe leer en zijn ook onderling divergerend.

De roze lijn bevat voor elk wat wils en is dus aantrekkelijk voor een mens die een gezaghebbende God afwijst en zijn godsdienst wil aanpassen aan zijn persoonlijke strategie. Je proeft in de Da Vinci Code een heimwee naar de mens die zelf god mag zijn en dat is trouwens ook de conclusie van de film: Sophie, nakomeling van Jezus, gelooft maar wat ze wil geloven. Aantrekkelijk toch? Gewoon doen waar ze zin in heeft!

 

9. Alle boeken van het Nieuwe Testament en alle authentieke geschriften uit het vroege christendom sluiten bewust en uitdrukkelijk aan bij de leer van de apostelen en de ketterse apocrieven gaan daar tegen in.

De zending van de twaalf en hun functie als bewaarders en verkondigers van wat Jezus had onderwezen, is een belangrijk thema in de Nieuw Testamentische-boeken, maar ook in de vroegchristelijke geschriften als 1 Clemens, Ignatius' brieven, Ireneüs' werk enz…

Oude geschriften kan je inhoudelijk toetsen aan de twaalf artikelen. Maar je kan ook nagaan welke rol de apostelen toegemeten krijgen. Het orthodoxe christendom van de eerste eeuwen spreekt unaniem zijn waardering uit voor de twaalf. Zij zijn de ooggetuigen van het gebeurde, zij waren bij Jezus in de leer en werden door Hem voorbereid op hun latere opdracht. In de christelijke familie was er geen betwisting omtrent hun cruciale rol bij de formulering van de geloofsinhoud.

Maar hebben die apostelen niet uit eigenbelang het verhaal aangedikt en bijgeschaaft?

Het aandikken lijkt onwaarschijnlijk. Vooreerst omdat er nog te veel getuigen in leven waren. Het ging tenslotte niet om een eenmalig incident in een provinciestadje, maar wel om een reeks gebeurtenissen met tienduizenden getuigen. Drie jaar lang had Jezus duizenden toegesproken en velen wonderlijk genezen. Dit leidde tot een maatschappelijke controverse. Na drie jaar werd Hij gearresteerd en ter dood veroordeeld. De discipelen vluchtten weg en het verhaal lijkt dood te bloeden. Maar weinige dagen later zijn er enkele honderden die getuigen dat Hij terug levend is, en dat zij Hem gezien hebben. Vanaf dan is deze beweging niet meer te stuiten en kiezen velen ervoor om Hem als God te erkennen. Zo'n mobilisatie is slechts verklaarbaar wanneer het getuigenis van de apostelen inderdaad geloofwaardig was. Het feit dat Jezus zich met God gelijkstelde, was voor de monotheïstische Jood erg moeilijk te aanvaarden, want het leek in tegenstrijd met het geloof van de voorouders. Alleen de verrijzenis als confirmatie vanwege Jahweh, legt uit waarom velen de stap naar het christen-zijn konden zetten.

Jezus antwoordde: "… De Vader en ik zijn één." Toen pakten de Joden weer stenen op om hem te stenigen. "Ik heb u op gezag van de Vader veel daden laten zien die goed waren," zei Jezus hun, "voor welke wilt u mij nu stenigen?" De Joden antwoordden: "Wij willen u niet stenigen omdat u iets goeds gedaan hebt, maar omdat u God lastert! U bent een mens maar u geeft u uit voor God." (Johannes 10:30 - 33)

Wanneer die gebeurtenissen enkele decennia later op papier worden gezet, zijn er bij vriend en vijand nog veel overlevenden. Een verhaal met verzonnen elementen zou van diverse zijden worden afgestraft. Bij de vrienden komt de schrijver in diskrediet wegens zijn gebrek aan eerlijkheid - terwijl het bij Jezus juist draait om de waarheid. Voor de vijand levert zo'n bedrog eindelijk het bewijs dat het verhaal één grote leugen is. De evangelist die de geschiedenis bijkleurt, terwijl hij in navolging van Jezus, een compromisloze vertolking van de waarheid predikt, schiet zichzelf dus in de voet.

Dat er evenmin sprake was van censuur - het weglaten van wat niet in het kraam past - blijkt dan weer uit de vele passages die vervelend zijn voor de discipelen. We denken aan de discussie omtrent wie de eerste plaats zou innemen, de verloochening door Petrus, het ongeloof van sommigen na de verrijzenis, het meningsverschil tussen Petrus en Paulus in het boek handelingen… Het zijn gebeurtenissen die niet zo flatterend zijn voor de eerste paus, en die dus weggefilterd konden worden.

Later verscheen Jezus aan de elf leerlingen, toen ze aan het eten waren. Hij verweet hun dat ze zo ongelovig en hardleers waren. Want de mensen die hem gezien hadden na zijn opstanding, hen geloofden ze niet. (Marcus 6:14)

Apocriefe evangeliën brengen niet alleen inhoudelijk een heel apart verhaal. Om begrijpelijke redenen staan ze ook vijandig tegenover de apostelen, want die ooggetuigen moeten in diskrediet worden gebracht. De apostelen zijn dom en niet in staat om de diepere verborgen wijsheden te vatten. Zo gaat het in het Evangelie volgens Judas, maar ook in het Evangelie volgens Filippus. In de 14e sectie van dit geschrift wordt Maria geprezen omdat ze zich niet heeft laten bevruchten door de schepper en zijn trawanten. En er wordt fel van leer getrokken tegen de Hebreeën en de apostelen. Het geschrift is een aanval op de christelijke leer en het plaatst zichzelf dus buiten de Canon.

* * *

C) Een andere Jezus?
Het zogenaamde geheime leven en de geheime leer van Jezus (Gie Vleugels)

 

10. Jezus was ongetrouwd, en heeft ook nooit een intieme relatie gehad met een vrouw.

Zelfs geen van de vele tientallen apocriefe boeken suggereert dat Jezus getrouwd was of een seksuele relatie had met een vrouw.

In de Da Vinci Code wordt gesteld dat een Rabbi getrouwd moest zijn. Die bewering lijkt een projectie vanuit het latere jodendom. De Essenen - een Joodse sekte uit Jezus' tijd - hadden inderdaad een voorkeur voor het celibaat. Rabbi's waren meestal wel getrouwd, maar ze huwden in regel slechts op latere leeftijd. Een niet getrouwde Rabbi, ongeveer dertig jaar oud, lijkt dus helemaal niet ongewoon.

De stelling dat Jezus getrouwd was - of dat hij een intieme relatie had met een vrouw, vind je nergens in de oude geschriften, ook niet bij de apocrieven en de gnostici. Dan Browns suggestie komt dus rijkelijk laat - 2000 jaar later - en ze is niet geloofwaardig. Zij lijkt ingegeven door de actuele overwaardering van seksualiteit.

De zogenaamde partner - Maria Magdalena - is trouwens opvallend afwezig in de oude geschriften. In de evangeliën komt zij maar heel even ter sprake, en de zeldzame keren dat haar naam genoemd wordt in andere geschriften wordt het beeld van de evangeliën slechts bevestigd. Slechts twee apocriefe evangeliën vormen hierop een uitzondering en die worden door Dan Brown aangehaald als bewijs van Jezus' relatie. Vooreerst is er het hiervoor reeds aagehaalde evangelie van Filippus waarin gezegd wordt dat Hij meer van haar hield dan van de discipelen en dat Hij haar vaak kuste - meer wordt er trouwens niet gezegd. En voorts het evangelie van Maria Magdalena. Maar in dat geschrift is Maria wel iets guller, want "ze kuste hen allen". De symboliek van de kus en van het huwelijk is in gnostische geschriften trouwens alomtegenwoordig. Het is dus niet zo duidelijk wanneer in dergelijke geschriften echt gekust wordt. Soit, hiervoor werd al vermeld dat er geen enkele aanwijzing is van historiciteit van deze alternatieve evangeliën.

Soms wordt gesteld dat Jezus toch ook "recht had" op intieme omgang met een vrouw. Uiteraard had Hij daar "recht op" en had de Vader die missie anders kunnen ordenen. Maar de vraag is niet of het anders had gekund. De vraag is of het levensverhaal van Jezus zoals het ons is overgeleverd, al of niet met de werkelijkheid overeenstemt. Want zijn de evangelies op dat punt opgesmukt, dan is er een probleem met de oprechtheid van de schrijvers, en dan moet je ook al de rest in vraag stellen.

 

11. Maria Magdalena heeft nooit onderwezen of leiding gegeven in de vroege kerk.

Noch in de orthodoxe literatuur, noch in de apocriefe literatuur is er zelfs maar een hint dat Maria Magdalena in kerken, orthodox of niet, onderwijs heeft gegeven.

Dan Brown suggereert dat Maria Magdalena voorvechtster was van een onorthodoxe versie van het evangelie. Die tekst promoot een verregaand libertijnse levensstijl want elk verbod wordt verboden. Is dit zo, dan mag je verwachten dat daarop vanuit orthodoxe hoek gereageerd werd. Irenaeüs (+ ca 200) wordt door sommigen beschouwd als de eerste christelijke theoloog. Hij reageerde uitvoerig op de ketterijen, en met name op de gnosis. In zijn geschriften is er geen sprake van een alternatief evangelie rond de persoon van Maria Magdalena. Dit evangelie blijkt onbekend bij de oude schrijvers. Het is dus van latere datum en de rol die Maria Magdalena speelt is niet historisch.

In latere gnostische geschriften wordt Maria Magdalena het zinnebeeld van de alternatieve leer. Ze is de opponent van Petrus die staat voor de orthodoxie en de grote kerk. Dan Brown kiest dus voor de opponent.

Een niet onbelangrijke kritiek op de christelijke leer houdt verband met de structurele onderdrukking van de vrouw. De roze lijn van de alternatieve evangelies wil hier bevrijding brengen. Het uitdiepen van dit thema is een aparte studie waard. Hierna volgt slechts een begin van antwoord.

De onderdrukking van wie zich om één of andere reden minder kan verweren, is een probleem van alle tijden en het lijkt niet bewezen dat dit probleem het grootst is in culturen die door het christendom getekend zijn. Dat is logisch: vrouwen nemen in de bijbel weliswaar een eigen plaats in, maar zij zijn niet de mindere. Met de woorden man en vrouw Hij hen, naar zijn beeld en gelijkenis, drukt Genesis een fundamenteel respect uit voor de Adams en de Eva's. Zij delen op gelijke wijze in Gods zorg en in de beloften van een komend leven. Dat diepe respect blijkt uit Jezus' woord en daad, zoals genoteerd in de orthodoxe evangelies. Jezus' boodschap is net zo goed voor hen bestemd en Hij beschouwt hen - tegen de cultuur in - als waardige gesprekspartners. En in een confrontatie met de Farizeeërs en met een vrouw die op overspel betrapt werd, klaagt Hij hun dubbele moraal aan. Hij redt haar zo van de steniging.

Toen de leerlingen naar de stad waren om eten te kopen, kwam een Samaritaanse vrouw water putten. "Geef mij wat drinken," zei Jezus tegen haar. Ze zei: "Hoe kunt u, een Jood, drinken vragen aan mij, een Samaritaanse vrouw?" Joden laten zich namelijk niet in met Samaritanen. Jezus antwoordde: "Als u wist wat God geeft en wie het is die u om drinken vraagt, dan zou u hem erom gevraagd hebben en hij zou u levend water hebben gegeven." "Maar meneer," zei de vrouw, "u hebt niet eens een emmer en de put is diep. Waar wilt u dan levend water vandaan halen?… Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug. Ze waren verbaasd dat hij met een vrouw in gesprek was, maar niemand vroeg hem: "Wat wilt u daarmee?" of: "Waarom praat u met haar?". (Johannes 4:7 - 27)

Toen brachten de schriftgeleerden en de Farizeeën een vrouw bij hem die betrapt was op overspel, en zetten haar midden in de kring. "Meester," zeiden ze, "deze vrouw is op heterdaad betrapt toen ze overspel pleegde. Nu schrijft de wet van Mozes ons voor dat zulke vrouwen moeten worden gestenigd. Wat vindt u daarvan?"… "Wie van u zonder zonde is, mag de eerste steen gooien," zei hij.… Toen ze dat hoorden, gingen ze een voor een weg, de oudsten het eerst, en Jezus bleef alleen achter met de vrouw die in het midden stond. Hij richtte zich op en vroeg haar: "Waar zijn ze gebleven? Heeft niemand u veroordeeld?" "Niemand, Heer," antwoordde ze. "Ook ik veroordeel u niet," zei Jezus. "Ga, maar zondig voortaan niet meer." (Johannes 8:3 - 11)

Dan Brown verwacht het heil van de roze evangelies. Maar bij nadere lectuur blijken die gnostische geschriften minder rooskleurig, dan aangekondigd.

Het Thomasevangelie bevat slechts wat losse gedachten, niet vergelijkbaar met de ons gekende vier evangelies. Het zijn slechts 114 versjes. Het laatste versje typeert de minachting voor de vrouw, eigen aan de gnostiek: "Simon Petrus zei tot hen: Laat Maria van ons weggaan want vrouwen zijn het leven niet waardig. Jezus zei: Zie, ikzelf zal haar leiden om haar mannelijk te maken opdat zij ook een levende geest kan worden gelijk jullie mannen. Want elke vrouw die zichzelf mannelijk maakt, zal het Koninkrijk binnengaan."

Geeft toe, als afsluiter van een evangelie kan dat tellen! Het is dus ongeloofwaardig dat juist deze evangelies achtergehouden werden om de kerk als mannelijk bastion veilig te stellen. Of bevat dit versje een gecodeerde tekst die verborgen boodschappen inhoudt voor uitverkoren ingewijden? Niet bestemd dus voor hen die op aanraden van Jezus "worden als kinderen", vanuit de eenvoud leven en zich niet inlaten met intriges en geheimdoenerij.

"Ik verzeker jullie," zei Hij, "het hemelse koninkrijk kom je alleen binnen als je van gezindheid verandert en wordt als kinderen". (Matteüs 18:3)

 

12. De episoden uit Jezus' leven die enkel in apocriefe literatuur worden verhaald, zijn in de regel niet historisch.

Apocriefe literatuur is hetzij ahistorisch (zoals Thomas) of fantastisch (zoals de kindsheidevangeliën en de apocriefe Handelingen).

Het feit dat je bij de samenstelling van een bibliotheek moet schiften, is van alle tijden en hoeft geen synoniem te zijn voor censuur of manipulatie. Negentienhonderd jaar geleden had je reeds de keuze tussen kwaliteitskranten als Le Monde en tabloids als The Sun. Ook toen prefereerden velen gossipbladen boven Knack, en het Thomasevangelie boven dat van Matteüs. Ook toen was er - bij wijze van boutade - grote interesse voor de Da Vinci Code.

Maar wie begint te lezen, kan - net als nu - meestal snel het kaf en het koren scheiden. Veel geschriften hadden een te hoog nep-gehalte om voor nominatie in aanmerking te komen. Dat we tot 1945 moesten wachten vooraleer een reeks revolutionaire geschriften in Nag Hammadi werden ontdekt, wordt door Dan Brown gebruikt als bewijs voor zijn doofpottheorie. Maar het lijkt meer aannemelijk dat men het niet de moeite waard vond deze teksten te kopiëren voor verdere verspreiding.

De apocriefe geschriften behoren tot het literaire genre van de legenden. Deze teksten zijn niet ingebed in de geschiedenis. De namen van de figuranten vallen samen met die van de apostelen, maar dat is in zekere zin toeval. Je kan alle namen - Jezus inclusief - vervangen en het verhaal overplaatsen naar een ander werelddeel en naar een andere tijd. Het zijn meestal "onderonsjes" waarin wijsheden worden uitgewisseld. Je vindt dus geen verwijzingen naar historische gebeurtenissen. Het lijken moraliserende sprookjes met soms leugentjes om best wil. Soms waren het gelovigen die dachten dat ze God een handje moesten helpen, door hun helden bij te kleuren. Ze bereikten veeleer het tegendeel: ze maakten het geloof ongeloofwaardig.

Qua motief en inhoud zijn deze teksten erg uiteenlopend. Het is een allegaartje van uiteenlopende teksten, geschreven vanuit diverse motieven. Sommige geschriften zijn een nabootsing van de geschriften van het Nieuwe Testament. Ze spelen in op de volksvroomheid en op de nieuwsgierigheid om meer te weten over het leven van Jezus, over de lotgevallen van de apostelen en de martelaren,… De apocriefe evangeliën vullen de hiaten op in het leven van Jezus. In het Armeense evangelie der kindsheid wordt verhaald wat Jezus als kind zou hebben meegemaakt - vogeltjes van klei die dan wegvliegen… Andere evangelies vertellen de belevenissen van Jezus gedurende de drie dagen in het graf. Het apocriefe evangelie van de Nazoreeërs is inhoudelijk orthodox en het bevat geen larie, maar het vermeldt een ongeloofwaardige verschijning van Jezus aan Jacobus. Ongeloofwaardig omdat de verschijning gesitueerd is tussen kruisdood en opstanding, terwijl Jacobus niet bij de apostelen hoorde en niet aanwezig was op het laatste avondmaal. Ook de woorden die Jacobus in de mond worden gelegd omtrent een vasten tot de opstanding van Jezus, passen niet in het plaatje. De wereld van de discipelen was in elkaar gestort: zij verwachtten helemaal geen opstanding. In de vier evangeliën komen we Jacobus tegen als diegene die Jezus wil weerhouden van zijn missie, niet als diegene die in Hem de Messias erkent. Waarschijnlijk is dat inzicht pas gekomen na de verrijzenis. Jacobus - een broer van Jezus - werd na zijn dood vooral geëerd in Joodse kringen. Het lijkt dat dit verschijningsverhaal later werd bijgefantaseerd om Jacobus' gezag te ondersteunen.

Dan hebben we de derde brief van Paulus aan de Korintiës. Ook dat geschrift werd als niet-authentiek afgewezen door de eerste kerk. Het stelt onder meer dat geen redding mogelijk is voor ieder die seks gehad heeft… toch wel een beetje streng!

De Handelingen van Johannes vertellen een vreemd wonder betreffende een bed vol vlooien. Het doet wat denken aan de wonderen die de kleine Jezus deed in de kindsheidevangeliën… Dergelijk wonderen zijn van een andere orde, dan de genezing van een blinde. Allebei in zekere zin even ongeloofwaardig - want wetenschappelijk niet te verklaren - maar een blinde genezen is zinvol en doe je niet zo maar voor de fun.

Andere evangeliën motiveren de ketterse opvattingen van hun schrijvers. Zo heb je het evangelie der Egyptenaren (midden 2e eeuw), het evangelie der waarheid (midden 2e eeuw, misschien van de gnostische leraar Valentinus), het evangelie van Philippus en dat van Judas…

De apocriefe verhalen der apostelen (handelingen) beschrijven vooral het wedervaren van die apostelen over wie de Bijbel slechts weinig vertelt. Zo zijn er de Handelingen van Andreas, Bartholomeüs, Philippus, Barnabas, Thomas (prediking van Thomas in Indië).

Er is ook een briefwisseling tussen Jezus en koning Abgar van Edessa, die Jezus om genezing vraagt en Hem asiel aanbiedt. Jezus wijst deze bescherming af, maar belooft een bode te zullen sturen na zijn Hemelvaart. Onder de naam van Paulus is er onder meer een briefwisseling met Seneca, een brief aan de Laodicenzen en de derde brief aan de Korintiës.

Veel van de voormelde geschriften worden aangeduid als pseudo-epigrafen. De auteur leende de naam van een apostel en liet dan zijn fantasie de vrije loop of hij noteerde mondelinge overlevering. Een brief ondertekent door Jacobus, had uiteraard meer weerklank dan één van Jan Modaal. En wanneer een pseudo-epigraaf Judas' naam gebruikt, kan je al bij voorbaat raden dat de inhoud niet erg orthodox zal zijn. Niet te verwonderen dus dat het evangelie van Judas door sommigen werd omschreven als "een bom onder het christendom".

 

13. Jezus hield er geen geheime leer op na, die hij slechts aan een kring van vertrouwelingen heeft doorgegeven.

De vele apocrieven die zoiets suggereren, komen met de meest uiteenlopende invulling van Jezus' geheime leer, die wel keer op keer aansluit bij tendensen die voorafgaan aan het christendom en opgang maakten in de tweede eeuw.

In het navermelde vers uit het Lucasevangelie verwijt Jezus de wetgeleerden dat ze de sleutel weggenomen hebben die toegang geeft tot de ware kennis. Indirect zegt Hij dat de Schrift, indien juist onderwezen en begrepen, leidt naar de echte kennis. Ook geeft Hij te verstaan dat die ware kennis niet gereserveerd mag zijn voor een elite. Niemand mag verhinderd worden om via dat Woord, de weg tot God te vinden.

De wetgeleerden die vitten over allerlei problemen en de Schrift zo reserveren voor experten, die de letter verkiezen boven de geest, en die door hun levensstijl de boodschap ontkrachten, werpen een dam op voor de kennis van de waarheid. Wat een contrast met het onderwijs van Jezus, die telkens weer eenvoud combineert met diepgang.

Wee u, wetgeleerden! U hebt de sleutel weggenomen die toegang geeft tot de ware kennis. Zelf bent u niet naar binnen gegaan en anderen die wel wilden, hebt u het verhinderd! (Lucas 11:52)

Er zijn in de klassieke evangeliën natuurlijk wel een aantal teksten waaruit blijkt dat Jezus niet zomaar al zijn inzichten prijs geeft. De afstand tussen spreker en publiek was soms vrij groot. Een deel van de toehoorders zocht een aanleiding om Hem van kant te maken. Anderen hadden politieke verwachtingen die Jezus niet waar kon maken.

Zoals gebruikelijk in die cultuur werd de waarheid soms verpakt in parabels. Het lijkt alsof Jezus verkiest dat de toehoorder zelf gaat nadenken en zelf het antwoord op de vraag vindt. De gelijkenis van de zaaier bijvoorbeeld wordt naderhand meer in detail toegelicht voor de discipelen. Maar die toelichting ligt in het verlengde van de woorden gericht aan het groot publiek: er is geen sprake van geheimschrift. Wie de juiste instelling heeft, komt er ook zonder hulp wel achter.

Geregeld dringt Jezus aan op geheimhouding. Maar dit lijkt verband te houden met het feit dat de Joden een Messias verwachtten die politiek zou optreden. Jezus wou geen politieke mobilisatie en wou niet geduwd worden in een rol die niet paste bij zijn roeping.

Het boek Apocalyps - de Openbaring van Johannes  - lijkt inderdaad geheimschrift, maar dat heb je nu eenmaal met een beschrijving van visioenen over latere tijden. Dat impliceert nog niet dat de andere bijbelboeken met heldere woorden en gebeurtenissen, verborgen codes zouden bevatten.

 

14. De mystieke leer die in apocriefe geschriften aan Jezus wordt toegeschreven, komt niet van Jezus, en is met zijn boodschap niet te verenigen.

De leer van Jezus, gereconstrueerd aan de hand van de oudste geschriften van zijn volgelingen en de bewaarde reacties van zijn tegenstanders, laat geen ruimte voor deze leer. De geheime communicatie aan enkelingen is juist een verklaring voor de afwijking van deze leer, van de gangbare versie.

De gnostiek sluit aan bij de leer van joodse sekten, ouder dan het christendom. De ballingschap van de joden in Babylonië heeft waarschijnlijk geleid tot de aanvaarding door sommige joden van vreemde mystieke elementen en van de Kabbala. In die leer deelt Jahweh zijn troon met Ashera. Je hebt dus een veelgodendom, dat al indruist tegen het eerste van de tien geboden. Soms is er sprake van 365 hemelen, waar je telkens wachters moet passeren. Heel wat zaken dus die geen uitstaans hebben met het erfgoed van de eerste christenen.

Jezus richt zich niet tot een uitverkoren enkeling. Hij heeft steeds de universele draagwijdte van zijn zending benadrukt. Niet enkel de Jood, ook de Romeinse honderdman, de Samaritaan… niet enkel de visser, ook de tollenaar, de prostituée, de farizeeër… niet enkel de mannen, ook de vrouwen. Jezus' God is zijn naam echt waard: als Maker en Vader van elk mens, wil Hij die relatie terug herstellen.

Toen zei hij tegen hen: "Trek de hele wereld door en maak aan alle schepselen het goede nieuws bekend…" (Marcus 16:15)

"Ga direct de stad in en breng uit de straten en de stegen de armen hier, de kreupelen, de blinden en de verlamden. En de dienaar meldde hem: "Heer, wat u hebt opgedragen, is gebeurd en nog is er plaats." Toen zei de heer tegen zijn dienaar: "Ga naar de wegen en paden buiten de stad en zeg de mensen daar hierheen te komen; mijn huis moet vol…." (Lucas 14:21 - 23)

"Wees niet ongerust. Geloof in God en geloof in mij. Er kunnen veel mensen wonen in het huis van mijn Vader. Als dat niet zo was, zou ik het jullie gezegd hebben. Ik ga nu weg om een plaats voor jullie in orde te maken, en daarna kom ik terug om jullie te halen. Dan zullen ook jullie zijn waar ik ben." (Johannes 14:1 - 3)

* * *

De conclusie van al het voorgaande is dat de Da Vinci Code eigenlijk niet misstaat in de lijst van alternatieve evangeliën. Daar zit Dan Brown in goed gezelschap. Hij moet wel achteraan plaats nemen, want gezien de tijdskloof van 2000 jaar tussen de feiten en zijn versie van het evangelie, is hij de minst geloofwaardige van de ganse club.

C.S. Van Audenard
juni 2006

Lees verder "Waarom toch die bijbel? (I) - taal is voor mens en God van cruciale betekenis"
Heb je de schilderijen al bekeken?
Begin