Heb je de schilderijen al bekeken?
Einde

de "Da Vinci Code"

DEEL I - de Priorij van Sint Agnietenberg - de (on?)verenigbaarheid met het christelijk geloof

Christus wordt nog steeds verkocht

"Christus wordt nog steeds verkocht, maar niet meer voor 30 zilverlingen. Deze keer gaat Hij voor miljarden van de hand bij uitgevers en boekhandels. Binnenkort volgt het hoogtepunt als een bepaalde film in de zalen verschijnt." Donderpreek aan het adres van Dan Brown door pater Raniero Cantalamessa, de vaste predikant van het Vaticaan. (Metro van 18 april 2006).

Boeken die aanleunen bij het mysterieuze pseudo-wetenschappelijke doen het goed. Het lijkt dat ze het gat vullen dat geslagen is in onze cultuur, waar God de grote onbekende is en ieder aangewezen is op zichzelf. De Da Vinci Code wil die honger stillen met een mix van mysteries, intriges en complotten, en met als einddoel de fel begeerde vrijheid. Het decor waarin het verhaal zich afspeelt komt vertrouwd over, want het maakt gebruik van het geloof en het taalgebruik van vorige generaties.

Is de Da Vinci Code waar, dan is het Nieuwe Testament één en al bedrog en verliest de kerk zijn legitimiteit. Vooral de kerk van Rome moet het ontgelden, maar tegelijk ondergraaft het boek alle fundamenten van het christelijk geloof. Want je mag Jezus niet meer aanspreken als God. Je kan als gelovige trouwens beter zwijgen: het geloof in de éne God is de bron van alle kwaad. Ontmasker deze leugen en je zet een reuzenstap naar de ideale wereld.
Jezus werd door zijn volgelingen verkeerd begrepen. Hij offerde zijn leven niet om de mens te bevrijden van het kwaad. Kruisdood en verrijzenis werden pro forma wel gespaard, maar als al de rest verzonnen is, kan je beter consequent zijn! Van de geloofsbelijdenis schiet er dus niets over en alle bijzondere aanspraken van het christelijk geloof vervallen. Als dat verhaal waar is, blijft er van het traditionele christendom geen spaander heel. Het nieuwe geloof is een boek vol spreuken, met heel veel combineerbaar, maar vaak in tegenstrijd met de klassieke evangelies.

Veel leerlingen die hem hadden gehoord, zeiden: "Dat zijn harde woorden; wie kan daar naar luisteren?" Jezus merkte dat zijn leerlingen hierover mopperden. "Ergeren jullie je daaraan?" vroeg hij.… Vanaf dat moment keerden veel volgelingen hem de rug toe en gingen niet langer met hem mee. "Willen jullie soms ook weggaan?" vroeg Jezus de twaalf. "Heer, naar wie zouden we moeten gaan?" antwoordde Simon Petrus. "U spreekt woorden die eeuwig leven geven, en wij geloven vast en zeker dat u de heilige van God bent." (Johannes 6:60 - 69)

geïmponeerd door de "wetenschappelijke argumenten"

Wie wil weten wat er nu werkelijk van aan is, begint best met de korte commentaar bij het boek De Da Vinci Code, in "de vrije encyclopedie WIKIPEDIA" onder het titeltje "Waarheden en onwaarheden".

Je leest daar onder meer het volgende: "Zowel de weergave van talrijke feiten als de beschreven interpretaties zijn echter in strijd met de algemeen geldende wetenschappelijke opvattingen en worden dan ook van die zijde in vele publicaties bestreden. Hierdoor en door de geraffineerde wijze van vermenging van fictie en feiten is een goede beoordeling van het waarheidsgehalte van de beschreven "onthulling van een eeuwenoud geheim van het christendom" voor de ondeskundige lezer onmogelijk. Aangezien vele lezers ook niet goed op de hoogte zijn van de discussies rond De Da Vinci Code, houdt menigeen, geïmponeerd door de "wetenschappelijke argumenten" in het boek, de valse indruk over, dat het christendom dus berust op bedrog. De waarheidsclaim van de schrijver kan echter ook worden gezien als onderdeel van de roman. In elk geval hebben de hieruit voortvloeiende discussies en publicaties ongetwijfeld bijgedragen aan het commerciële succes van het boek."

Meestal afwezig in de commentaren is een diepere reflectie over het verhaal van Dan Brown, vanuit het ideeëngoed van de gelovige. Daarom volgt hierna een overdenking over de (on?)verenigbaarheid van enkele concepten van de Da Vinci Code, met het christelijk geloof - in de veronderstelling uiteraard dat dit geloof correct werd overgeleverd. En om dat laatste te staven, wordt vervolgens ingegaan op de beweerde (on?)betrouwbaarheid van de evangeliën. Wie één en ander wil uitdiepen, vindt stof tot nadenken in "De boeken die de kerk afwees - Fictie of waarheid in de Da Vinci Code" van de Britse hoogleraar en theoloog Michael Green (ISBN 90-6353-472-8 Medema, Vaasen www.medema.nl).

het summum van de relikwieën

Eind van de twaalfde eeuw, schreef Robert de Boron "La queste del Saint-Graal" - de zoektocht naar de Heilige Graal, de kelk van het laatste avondmaal, waarin Jozef van Arimathea het bloed van de stervende Jezus opving. Die kelk was het symbool voor de aanwezigheid van God. De zoektocht naar de Heilige Graal was een allegorie van een zuiver christelijke leven, dat contrasteerde met het verdorven leven in de wereld. Graalridders gingen op zoek naar die kelk en ze voerden een strijd tegen het kwade. In die tweede rol waren ze een beetje vergelijkbaar met Superman of met de Rode Ridder, maar dan minder geïnteresseerd in vrouwelijk schoon.

Dit onderwerp werd door velen hernomen en stond garant voor spannende verhalen - religieuze thrillers die heel wat succes kenden. Het herinnerde aan de kruistochten en het sloot aan bij de leefwereld van middeleeuwers die in relikwieën heil en bescherming zochten. Een restantje van een heilige of van iets wat hem ooit had toebehoord, had een miraculeuze werking! De kelk waaruit Jezus met zijn apostelen had gedronken, de kelk waarin het bloed van de stervende Jezus werd opgevangen, was voor de bijgelovige gelovige het summum van de relikwieën: een trofee die als geen ander garant stond voor succes en bovennatuurlijke bescherming.

eigenlijk horen die in het christendom niet thuis

Vreemd toch, die aandacht voor relikwieën, want eigenlijk horen die in het christendom niet thuis. Afgodsbeeldjes en amuletten hebben te maken met mysteriegodsdiensten en niet met het christelijk geloof. Het zijn instrumenten waarmee je het geluk kan afkopen, toverstokjes waarmee je zegent of vloekt.

Het christendom bevat natuurlijk veel mysteries, maar het is geen mysteriegodsdienst. Vele oosterse of Afrikaanse godsdiensten zijn dat wel: mensen krijgen dan toverkrachten, en kunnen bijzondere dingen doen. Het komt er dus niet op aan een morele keuze te maken tussen goed en kwaad. Je moet gewoon de juiste techniek toepassen - het juiste ritueel - en relikwieën passen in dat kader. In Jezus' onderwijs en handelen vind je geen waardering voor zo'n gebruiken, wel integendeel. Ware godsdienst heeft te maken met volkomen vriendschap met de Vader en oprecht respect voor de medemens. En de praktijk moeten overeenstemmen met de theorie. Je kan God niet naar je hand zetten door je te bedienen van een zogenaamd heilig voorwerp. God kan niet worden omgekocht.

Hij antwoordde: "Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en heel uw ziel, met inzet van al uw krachten en met heel uw verstand, en heb uw naaste lief als uzelf." Toen zei Jezus: "Dat is goed geantwoord; doe dat en u zult leven." (Lucas 10:25 - 37)

de essentie bleef vaak achterwege

Er is natuurlijk wel nood aan symboliek, maar die symboliek blijft bijzaak en wordt dan gedragen door de onderliggende waarheid. Symboliek leidt geen eigen leven en verwordt niet tot een afgod. De eerlijkheid gebiedt nochtans melding te maken van een ongewone situatie uit het Nieuwe Testament, die aan relikwieën doet denken. In de navermelde passage had Paulus' kledij een genezende werking.

God verrichtte door Paulus buitengewone daden. Men kwam er toe hoofd- en halsdoeken die hij gedragen had, naar de zieken te brengen; dan verdwenen hun kwalen en gingen de duivelse geesten uit hen weg. (Handelingen 19:11 - 12)

Maar laat dit dan de uitzondering zijn op de algemene regel: nergens zien we dat de eerste christenen hetgeen hier gebeurt, beschouwen als een na te volgen precedent - als een techniek die God zou aanreiken om de afstand tussen twee werelden te overbruggen. De bijbel bevat hier en daar wel vreemde verhalen. Maar het gaat fout wanneer die gebeurtenissen tot techniek verheven worden.

Dat er zo'n grote afstand was tussen het middeleeuwse geloof en het onderwijs van Jezus, heeft natuurlijk zijn reden. Voor de meeste gelovigen was de bijbel een gesloten boek. En zij die wel geletterd waren, waren soms gecompromitteerd door macht en rijkdom, en gaven dan een gefilterde boodschap door. Slechts wat het eigenbelang kon dienen, werd doorgegeven aan de leek. De essentie bleef vaak achterwege.

de Priorij van Sint Agnietenberg

"De duistere middeleeuwen" - het is een geijkte uitdrukking die suggereert dat er geen straaltje licht door de wolken scheen. En inderdaad, je maakt weinig kans om de authentieke christelijke visie te ontmoeten in de dure bisschoppelijke paleizen met tout le beau monde van weleer. Dat lijkt toch wel heel sterk op de leefwereld van de Farizeeën en schriftgeleerden, waarvan Jezus zich ondubbelzinnig distantieert. Storende aanklachten die, anders dan de Da vinci Code laat vermoeden, niet door het Vaticaan werden weggecensureerd uit de evangeliën!

Maar de Heer zei tegen hem: "U Farizeeën maakt bekers en schotels vanbuiten schoon, maar vanbinnen zit u vol roofzucht en slechtheid. Dwazen! Heeft hij die de buitenkant heeft gemaakt, ook niet de binnenkant gemaakt? Geef de inhoud van uw bekers en schotels aan de armen en alles is rein voor u.… Wee u, Farizeeën! Want u bent zo gesteld op de voorste banken in de synagoge en wordt zo graag gegroet op het marktplein. Wee u! Want u bent als onzichtbare graven: de mensen die eroverheen lopen, weten niet wat eronder ligt!" "Meester, door zo te spreken beledigt u ook ons!" merkte een wetgeleerde op. … "Wee u, wetgeleerden! U hebt de sleutel weggenomen die toegang geeft tot de ware kennis. Zelf bent u niet naar binnen gegaan en anderen die wel wilden, hebt u het verhinderd!" (Lucas 11:39 - 52)

Maar achter dikke kloostermuren, ontmoette je in die periode soms wel ware godsdienst. Daar kende men het evangelie, want de bijbel werd er gekopieerd en bestudeerd. In de priorijen werd meestal een andere levensstijl gepropageerd en speelden meer zuivere motieven. Je merkt dat onder meer in een conversatie met Thomas a Kempis (ca. 1379 - 1471). Wie parallellen zoekt met de Da Vinci Code, onthoudt alvast dat Thomas lid was van een Priorij - de Priorij van Sint Agnietenberg bij Zwolle. De geschiedenis leert dat het daar rustig aan toe ging: wel een veilige rustplaats voor reizigers, maar geen halte in de zoektocht naar de Graal. We zijn intussen trouwens enkele eeuwen verder.

Met Thomas overleggen kan nog steeds, want hij liet ons in "De navolging van Christus" veel gesprekken na, met zichzelf en met zijn God. Dit boek was, na de bijbel, in de late middeleeuwen het meest verspreide boek. Er werden toen dus niet alleen religieuze thrillers geschreven. En niet iedereen deelde in de decadentie, het bloedvergieten en de politieke intriges.

Waarom op zoek gaan naar een stukje dood servies?

Thomas beleed een ander soort christelijk geloof. Hij was blijkens zijn geschriften niet geïnteresseerd in een zoektocht naar relikwieën. De Heilige Graal? So what? Op zoek gaan naar een kelk - zelfs al is het die van het laatste avondmaal - dat heeft met christelijk geloof eigenlijk niets te maken! Waarom op zoek gaan naar een stukje dood servies, wanneer je de levende God kan ontmoeten, eerst in je binnenkamer en daarna in de kapel met je medebroeders, en natuurlijk ook buiten de priorij, in je naaste?

Voorwerpen kunnen uiteraard een emotionele waarde hebben. Het reukwerk dat de vrouw - ten onrechte soms als Maria Magdalena aangeduid - uit het albasten kruikje over Jezus' voeten goot, was tekenend voor de liefde en het respect dat zij die bijzondere Man toedroeg - een Man die haar met andere ogen aankeek dan wat ze gewend was. En Jezus prees haar om die daad want Hij was duidelijk ontroerd door zoveel liefde en verlangen naar oprechtheid.

Ik verzeker jullie: waar ook maar ter wereld het goede nieuws verkondigd wordt, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan. (Marcus 14:9)

Maar na een dag of twee was de parfum vervlogen en dan bleef enkel nog de herinnering… Het lijkt totaal ongeloofwaardig dat Jezus zelf - of één van zijn discipelen - de brokstukken van het kruikje heeft bijgehouden als aandenken dat geluk moest brengen… Zelfs Judas niet, want die heeft zich doodgeërgerd aan de verkwisting van al dat mooie geld.

Maar in zekere zin is er in dit verhaal wel sprake van een relikwie: niet het voorwerp werd bewaard - het kruikje dat dan dreigt een eigen leven te gaan leiden. Neen, het verhaal is bewaard gebleven. Volgens Jezus' uitspraak wordt het telkens weer verteld, overal ter wereld. Dat lijkt Gods bedoeling: woorden worden doorverteld en zo komen nieuwe inzichten en kan een mens Hem leren kennen. De innerlijke mens wordt vernieuwd, en de levensstijl sluit zich daarbij aan.

nee toch, wat een onbegrip!

De echter kenner van de Graal kijkt meewarig wanneer hij hoort over een zoektocht naar een kelk. Nee toch, wat een onbegrip! Je moet die kelk figuurlijk zien: de Heilige Graal is de schoot van Maria Magdalena. Zij droeg Sarah - een kind van Jezus - en Sarah had nakomelingen. Leonardo Da Vinci wist van die roze bloedlijn en wou haar beschermen tegen het Vaticaan, zoals je trouwens ziet in de symboliek van zijn schilderij Het laatste avondmaal! Natuurlijk zoeken we geen voorwerp! We zoeken de bloedlijn van Jezus en bewijzen zo wie hij werkelijk was. We ontmaskeren het patriarchale christelijk geloof, dat uitging van apostelen die te dwaas waren om Jezus' verborgen leer te snappen.

Is dat niet hot! De zwangere Maria Magdalena vluchtte naar la douce France. Uit dochter Sarah komt de dynastie van de Merovingen voort! In Frankrijk moet je zijn voor de nakomelingen van Jezus.

Zo'n koninklijke dynastie is alweer een concept dat niet te rijmen valt met datgene waarvoor Jezus stond. Want eigenlijk stelt Dan Brown dat Jezus, via zijn nakomelingen, net datgene deed, waar Judas zo naar uit keek: de stichting van een werelds koninkrijk. Alleen gebeurde dat op de verkeerde plaats en het verkeerde tijdstip: niet in Israël en niet in het begin van onze jaartelling! Vreemd toch dat vergeten werd om ook Judas een hoofdrol toe te wijzen in het plot. Want dan was de intrige nog completer: Judas - of zijn nakomelingen - als Minister van Financiën - de uiteindelijke kampioen van het verhaal!

Pilatus dan keerde terug in het gerechtsgebouw en riep Jezus en zeide tot Hem: Zijt Gij de Koning der Joden?… Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier. Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dus toch een koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem. Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid? En na dit gezegd te hebben, kwam hij weder naar buiten tot de Joden en zeide tot hen: Ik vind geen schuld in Hem. (Johannes 18:33 - 38)

Sang Real? Et alors?

We laten Thomas a Kempis nog eens aan het woord. Ook hij maakte - zijn leven lang - een zoektocht. Dat gebeurde in alle stilte en het leidde tot merkwaardige resultaten. Zonder zich te verplaatsen van Westminster Abbey naar de Temple Church in Londen, van Montsegur naar Jeruzalem,… ontdekte hij in de navermelde woorden, zijn eigen bloedverwantschap met de Christus. Met alles wat daarbij hoort: niet alleen een unieke hechte vriendschap in dit leven, maar ook de belofte van een erfenis die na dit leven op hem wacht! Zo'n zoektocht naar de Graal is pas lonend! Niet vergelijkbaar met het ontgoochelende einde van de film, wanneer blijkt dat Sophie zou afstammen van een dode Jezus. Sang Real? Et alors? Wat een anticlimax! Daar staat ze nu met haar gratuit geërfde titel die niets inhoudt… met lege handen, en zonder toekomstperspectief! Wat een contrast met wat Thomas mocht ontdekken.

Jezus was nog met de mensen in gesprek, toen zijn moeder en zijn broers hem wilden spreken… "Wie is mijn moeder, wie zijn mijn broers?" antwoordde Jezus hem. Toen wees hij naar zijn leerlingen: "Daar zijn mijn moeder en mijn broers! Want ieder die doet wat mijn Vader in de hemel wil, die is mijn broer, mijn zuster, mijn moeder." (Matteüs 12:46-50)

Maar aan wie hem aanvaardden en in hem geloofden, heeft hij het recht gegeven kinderen van God te worden. Dat werden zij niet door hun afstamming, of op natuurlijke en menselijke wijze, nee, zij zijn uit God geboren. (Johannes 1:12 - 13)

"Wees niet ongerust. Geloof in God en geloof in mij. Er kunnen veel mensen wonen in het huis van mijn Vader. Als dat niet zo was, zou ik het jullie gezegd hebben. Ik ga nu weg om een plaats voor jullie in orde te maken, en daarna kom ik terug om jullie te halen. Dan zullen ook jullie zijn waar ik ben. En jullie weten de weg naar de plaats waar ik heenga." "Heer, we weten niet waar u naartoe gaat," zei Tomas, "hoe kunnen we dan de weg daarheen weten?" "Ik ben de weg, de waarheid en het leven," antwoordde Jezus. "Iemand kan alleen naar de Vader gaan via mij. Als je mij kent, zul je ook mijn Vader kennen." (Johannes 14:1 - 7)

een zoektocht naar die bloedlijn is dus echt wel zinvol

Thomas was een bijbelkenner als geen ander en schreef eigenhandig dat dikke boek minstens vier keer over. Die reflectie leidde tot vernieuwde kennis omtrent zijn God. Een zoektocht naar die bloedlijn is dus echt wel zinvol, op voorwaarde natuurlijk dat je zoekt vanuit eerbare motieven, en op de juiste plaats.

Misschien is die weg een beetje eenzaam: wie in onze verlichte tijden naar God zoekt, volgt niet de mainstream. Hij loopt op een smalle steile weg, met heel wat hindernissen. Hij leest en praat niet enkel over God. Hij praat liefst ook met God, en probeert diens stem te herkennen midden het tumult van het overhaaste leven. Ook hij maakt een mysterieuze zoektocht, op zoek naar een God die zich pas toont aan mensen die echt geïnteresseerd zijn, en die er dus wat voor over hebben, om zijn mysteries te ontcijferen. In die zin heeft Dan Brown toch een beetje gelijk.

"Het hemelse koninkrijk lijkt op een schat die in een akker verborgen is. Iemand vindt die schat en verbergt hem weer. Hij is zo blij, dat hij alles gaat verkopen wat hij heeft, om die akker te kopen. Ook lijkt het hemelse koninkrijk op een handelaar die mooie parels zoekt. Als hij een heel kostbare parel ontdekt, gaat hij alles verkopen wat hij heeft en koopt die parel. (Matteüs 13:44 - 46)
Wees niet zo bezorgd, zeg niet: Wat moeten we eten of wat moeten we drinken of waarmee moeten we ons kleden? Want naar dat alles vragen de heidenen! Uw hemelse Vader weet dat u dat allemaal nodig hebt. Zoek eerst Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid, dan krijgt u al het andere erbij. Maak u dus geen zorgen over de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad." (Matteüs 6:31 - 34)

C.S. Van Audenard
juni 2006

Lees verder "de Da Vinci Code (II) - De (weggemoffelde?) evangeliën"
Heb je de schilderijen al bekeken?
Begin