Heb je de illustratie al bekeken?
Einde

De parabel van de mier en de 40-tonner

een definitie van hoogmoed en van nederigheid

waarom eis je respect?

Stel je eens voor: je bent leerkracht en je hebt in je klas een vreselijk verwaande kerel. We noemen hem Johnny. En, zoals dat heet, elke gelijkenis met bestaande personen is louter toevallig. Johnny heeft nog veel te leren, maar toch weet hij alles beter dan zijn klasgenoten. En hij steekt zijn minachting voor zijn leerkracht onder stoelen noch banken.

Hoe reageer je hierop? Van een goede leerkracht die niet met het verkeerde been uit bed gestapt is, verwacht je een constructieve aanpak. Je probeert dus Johnny bij te sturen. Niet door hem gelijk te geven en hem de vrije hand te laten. Wel door - zonder rancune - grenzen te stellen die hij moet respecteren. Je reageert ook positief op Johnny's sterke kanten. Je probeert zijn aandacht vast te houden en wat goed is in de verf te zetten.

Waarom eis je respect? Uit ijdelheid of omdat je zelfingenomen bent en gekwetst in je ego? Ja, zo denkt Johnny er misschien over. Maar de toeschouwer weet beter. Zoiets is geen ijdelheid of hoogmoed… een goede leerkracht MOET zo optreden. Je handelt om bestwil, in het belang van een tiener die een vaste hand best kan gebruiken. Door respect te eisen hoop je Johnny bij te sturen, zodat hij - nu of straks - toch genietbaar wordt voor zichzelf en voor zijn omgeving.

geschiedenisboeken vol van menselijk falen

Stel je nu eens voor hoe God zich voelt als eindverantwoordelijke voor de mensheid. Zou Hij dan niet, vanuit eenzelfde motivatie, mogen eisen dat Hij gerespecteerd wordt en dat de mens zich tegenover Hem bescheiden opstelt? Of dat de mens - uitgedrukt in de klassieke woordenschat - "zich zal vernederen en Hem zal vrezen".

Sommigen ergeren zich misschien wel mateloos aan zo'n "vernedering". Dit is nu toch het bewijs van hun gelijk! "Wat is die God - als Hij überhaupt bestaat - toch aanmatigend! Is dat nu echt nodig dat elkeen precies doet wat Hij wil? Zijn we dan niet mans genoeg om zelf te beslissen, dat Hij ons onder de knoet moet houden? We keren toch niet terug naar de Middeleeuwen! Wij zijn toch geen kinderen die een leraar nodig hebben! Geen betutteling a.u.b.!". Net als Johnny overschatten ze zichzelf en wantrouwen ze de motieven van de Leraar.

Ook de idee dat de mens zich door God moet laten vernieuwen en bijsturen, en dat de "oude mens" - het ego - moet sterven, lijkt hen zo onwezenlijk. Dat de mens een probleem heeft, blijkt nochtans uit geschiedenisboeken vol van menselijk falen. En uit kranten die dag aan dag haastig nieuw bewijsmateriaal omtrent menselijk onvermogen toevoegen. Heeft de mens dan echt geen Leraar nodig? Tweeduizend jaar na Christus zouden Zijn woorden nochtans niet misstaan in de commentaren van onze editorialisten. Is Hij niet de man bij uitstek om ons te onderwijzen?

mensen kunnen pas echt mens zijn, wanneer God ook God mag zijn

Veel mensen gelijken natuurlijk niet op Johnny. Ze erkennen de problemen en kennen ook hun limieten. Maar ze kennen Jezus niet. Of ze kennen Hem slechts van horen zeggen, en zien niet hoe die verre God iets ten goede kan veranderen. Integendeel, ze vinden in die geschiedenis juist het bewijs dat godsdienst een bron is van problemen. Misschien voeren ze nu hun eigen strijd. Misschien vinden ze de situatie hopeloos en worden ze onverschillig.

Wie geproefd heeft van Gods rijkdom, en dan God als God erkent, bekijkt het leven anders. Hij begrijpt dat God vooraan moet staan en gerespecteerd moet worden. Niet omdat God zelfingenomen is. Neen, met ijdelheid of eigenwaan heeft het niets te maken! Noch met egoïsme of frustratie. Maar mensen kunnen pas echt mens zijn, wanneer God ook God mag zijn. Alles wat echt en goed is, komt van Hem. Maar je moet nederig zijn om in te zien dat je Gods medewerking nodig hebt. Je moet jezelf eerst leren kennen met je negatieve kantjes, je noden en tekorten. Tegelijk ontdek je God dan als het Grote Antwoord: Diegene die geeft, veel meer dan Hij zou eisen. Diegene die niet zoekt anderen te kleineren, maar die juist groot wil maken. Of opnieuw in de klassieke woordenschat "Verneder u voor God en Hij zal u verhogen." Gelovigen die op Johnny lijken, herkennen Gods zuivere motieven niet. Zij bouwen een verkeerd Godsbeeld op en hebben een verwrongen kijk op "Gods grootheid" en op andere concepten die daaraan verwant zijn. Dat komt bij hen over als machtsmisbruik en wekt een chronische allergie op.

nederigheid is geen eindbestemming

In de bijbel ontmoet je meerdere mensen die diep onder de indruk zijn van het feit dat die grootse God aandacht heeft voor mensen die hun beperktheid aanvaarden. David zette zijn impressies hieromtrent op muziek in Psalm 113.

"Wie is als de HEER, onze God? Die zeer hoog woont. Die zeer laag neerziet…? Die de geringe opricht uit het stof, de arme omhoog heft uit het slijk, om hem te doen zitten bij de edelen…" (Psalm 113:5 - 7)

Jesaja zag God zeer hoog boven de mens verheven. Maar tegelijk ook zeer nabij en met een onstilbaar verlangen de nederige mens te helpen. Hij formuleert het zo:

"De Heer is boven alles verheven, Hij woont in de hemel, voor altijd, zijn naam is heilige God. Hijzelf zegt: "Ik woon in de hemel, ongenaakbaar, maar ook bij wie verdrukt worden, bij wie gering zijn. Ik zal hen opbeuren en nieuwe moed geven." (Jesaja 57:15)

De voormelde teksten illustreren dat nederigheid geen eindbestemming is. Het is veeleer een blijk van realisme: een basisinzicht in wie we zijn. Zodat we hulp van de medemens en van God gaan accepteren. God krijgt dan de kans ons rijker te maken en ons meer op Hem te laten lijken. God probeert de mens te verhogen en op te tillen op Zijn niveau. Hoogmoed doet het tegendeel: het probeert de ander te kleineren en ondergeschikt te maken.

een verhuis naar de eeuwige jachtvelden

Dat God niet pretentieus is en dat liefde Gods motivatie is, blijkt natuurlijk nog het meest uit het leven van Zijn Zoon. Jezus profiteert niet van zijn adellijke afkomst en leeft niet zoals de groten dezer aarde. Wel als een knecht die anderen dient. Iemand die aanvaardt gekleineerd te worden tot het uiterste. Zelfs vermoord te worden.

Misschien begrijpen we beter dat God handelt uit liefde, wanneer we onze nietigheid inzien, en Zijn grootheid. We zijn zo onbetekenend klein, zo beperkt, zo gebrekkig… dat er geen enkele noodzaak voor Hem is, met ons rekening te houden. Is Hij inderdaad diegene die alles schept door zijn woord, dan kan Hij in één enkel ogenblik alles vervangen door iets nieuws, dat meer voldoening schenkt. Eén gedachte, één woord, één bevel zou hiertoe volstaan.

olifantolifant mier

Wie hoogmoedig is tegenover God, is als een miertje dat de snelweg over wil, en tegen de 40-tonner die komt aangesneld, roept "Hé dikkerd! Rustig aan… of je zal met mij te doen hebben". Dat miertje beseft dan niet dat elke confrontatie zal leiden tot een verhuis naar de eeuwige jachtvelden. God vrezen - God de eerste plaats geven - is vooral een blijk van realisme. We moeten onze plaats kennen en Hem aanvaarden zoals Hij is.


elke beschrijving van God is een understatement

De vergelijking tussen de mier en de vrachtwagen is uiteraard niet sterk genoeg. Elke beschrijving van God is een understatement. Hoewel het moeilijk is geest en materie met elkaar te vergelijken, lijkt het dat de verhouding tussen God en mens maar kan benaderd worden door dat miertje miljarden keren te verkleinen, en die 40-tonner miljarden keren te vergroten. Want de God die de door de Bijbel wordt gepresenteerd, schept door zijn Woord hemel en aarde uit het niets. Als Grote Architect staat Hij buiten tijd en boven ruimte.

De wetenschappers vertellen ons dat er miljoenen melkwegstelsels zijn, met alleen al in ons melkwegstelsel 100 miljard sterren. Wie in staat is zoiets te ontwerpen en te beheersen, is duizelingwekkend machtig. Toch heeft die gigantisch grote God tegelijk nog oog voor alle micro-organismen: al onze daden, al onze gedachten staan bij Hem te boek. Het aantal haartjes op ons hoofd wordt bijgehouden in een geactualiseerd bestand. Er is geen mus die sterft zonder dat Hij het weet. En zoveel van zijn kracht, rijkdom en schoonheid moet nog geopenbaard worden! God is beangstigend groot. Is het dan niet vanzelfsprekend dat we voor Hem buigen. Dat we als miertje voor Hem opzij gaan.

God gedraagt zich niet als een 40-tonner

De vergelijking van het miertje en de vrachtwagen loopt natuurlijk ook om een andere reden mank: God gedraagt zich niet als een 40-tonner. God is niet de Scania - the King of the road - die met zijn ruim 400 PK al de rest doet wijken. In Jezus legt God heel veel van zijn kracht opzij. In zijn contact met ons, doet God afstand van veel van zijn grootheid. Anders zou contact onmogelijk zijn en zou de mens de confrontatie met het Oneindige Licht, niet overleven. God is tegemoetkomend en geduldig. Hij wacht op ons en geeft ons de tijd om tot inzicht te komen. Hij gunt de mens zijn vrijheid en verdraagt dat die mens ook fouten maakt.

een dienende houding is dan ook een must

Aangenomen, God is niet hoogmoedig. Maar hoe zit het met de mens? God heeft de mens gemaakt met een eigen persoonlijkheid. Geen anoniem radertje, ergens zoek geraakt in een onmetelijk heelal. Wel een doel op zich, binnen bepaalde perken. "De kroon van de schepping… bijna goddelijk gemaakt". Dat rechtvaardigt wel een zekere fierheid. Maar tegelijk is die mens onvolmaakt, onvolledig en beschadigd. We hebben elkaar en God dus meer dan nodig. Een dienende houding is een must, ook om die reden. Dan pas vullen we elkaar aan en zo komt elkeen ook tot bloei. De dienende mens is er op gericht dat de ander zich ontwikkelt en zijn talenten ontplooit. Wie zo'n houding heeft, wordt pas gelukkig wanneer die ander succes heeft.

Hoogmoed is de tegenpool: de "dikke nek" wil zelf alsmaar groter worden. Hij negeert of kleineert dan ook de medemens. Hoogmoed accentueert de zwakheid van de ander en breekt zijn positieve eigenschappen af. Laat hem wegkwijnen en ontzegt hem zijn bestaansrecht. Kaïns hoogmoed kiest in zijn uiterste consequentie voor de eliminatie van zijn broer. Vele generaties later spelen de Farizeeërs het subtieler: ze verbergen hun intenties en zoeken een ander om dat vuile werkje op te knappen. Jezus proeft hun bittere hoogmoed en doorziet hun moorddadige ambities. Hij voelt dat Hij er te veel is en vraagt hen "waarom wilt gij Mij doden?" Het verzwegen antwoord was "U, Jezus neemt te veel plaats in. U doorziet ons en brengt onze verborgen gebreken aan het licht. U staat in de weg voor onze groei." Hoogmoed weigert de eigen beperktheid te aanvaarden en gunt de ander niet het recht een persoon te worden met een eigen rijkdom. Hoogmoed heeft iets weg van een mentale of een geestelijke moord. Een sluipende gifmoord. Daarom had Jezus zo'n afkeer van een levensstijl, geïmpregneerd met hoogmoed.

Door zelf God te willen zijn, snijdt de hoogmoedige zich van God af en berooft hij zichzelf en misschien ook zijn medemens van de Bron van alle leven. Wie zich boven de medemens plaatst, is in hetzelfde bedje ziek. Ook hij duwt God opzij. Door zich boven de andere te plaatsen, door rechter te worden over de medemens, gedraagt hij zich als Gods rivaal. God is het, die boven de ander staat. Hem komt het oordeel toe.

het startschot voor de zoveelste vicieuze cirkel

Hoogmoed is een apart soort zonde. Zonde is veelal een reactie op een concrete nood of een tekort. Voedsel stelen om te overleven. Of ze komt voort uit een gefrustreerde beschadigde persoonlijkheid. Ze vindt haar oorsprong in een andere zonde, want onrecht wordt vaak als antithese uitgelokt door vorig onrecht.

Hoogmoed onderscheidt zich hier van zijn collega's: hoogmoed is vaak de basiszonde die het startschot geeft voor de zoveelste vicieuze cirkel van het kwaad. Bij Lucifer en bij de eerste mens kwam hoogmoed niet als resultaat van een tekort of onrecht. Zij hadden alles wat hun hartje begeerde. Toch wilden zij nog meer. Niet om meer te kunnen verteren. Alleen voor het mentale genoegen evenveel te hebben als die Ander - om als God te zijn. En "evenveel" is niet genoeg. Want daarna komt de volgende stap: de ander overtroeven. En eens de medemens is overtroefd, wordt God de concurrent. Hoogmoed kent geen grenzen. Het is een honger die niet gestild kan worden. The sky is the limit.

het lijkt alsof God zo het evenwicht herstelt

Hoogmoed viseert vooral talentrijke personen die een beetje zuurdesem verborgen houden. Witgekalkte graven. Mensen die niet om een leugentje verlegen zijn en uiterlijk dus deftiger zijn dan binnenin. Mensen die ietwat hypocriet zijn, behoren tot de risicogroep: zij raken nog het vlugst besmet. Het lijkt alsof God zo tussen de mensen het evenwicht herstelt, en alle deelnemers opnieuw gelijk plaatst aan de meet. Het dunkt me dat Hij zelfs een stukje voorsprong geeft aan tollenaars en prostituees - zij die hun zondigheid misschien danken aan een slechte thuis. God vangt zo de wijzen in hun sluwheid.

Hoogmoed is een zonde die vooral ook loert op religieuze mensen. "Religieus" en "deftig" hangen natuurlijk wel een beetje samen. Want religie zet aan tot een correcte levensstijl. Maar het risico bestaat dat mensen zich in een kerkelijke omgeving beter voordoen dan ze zijn. Zeker wanneer men aldaar snel klaar staat met een oordeel. De religieuze hoogmoed wordt geïllustreerd door de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar. De eerste vindt zichzelf rechtvaardig. Hij veracht de anderen en denkt dat God hem daarin ondersteunt. "O God, ik dank U, dat ik niet ben zoals de overige mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers, of ook als deze tollenaar." De Farizeeër verbergt venijn in eigen leven. Hij was beter thuis gebleven: zijn dankgebed is een misplaatste ode aan eigen eer en glorie. Tegelijk spreekt hij zo zijn hypocriet vonnis uit over de ander.

eigenlijk wil men dat de ander wegkwijnt

Het geloof kan diepe levensinzichten geven. Wie groeit in kennis en inzicht en op levensbeschouwelijk terrein mondiger is dan Jan Modaal, loopt het gevaar al die rijkdom af te wenden van het doel. Die talenten staan dan niet langer ten dienste van de medemens, zodat die ook tot bloei komt. Neen, in de schijnwerper staan, een ander overtroeven… wordt nu het doel. Heersen, in plaats van dienen! Paulus heeft oog voor het gevaar van religieuze hoogmoed. Hij raadt daarom aan voorzichtig te zijn bij het geven van verantwoordelijkheden aan mensen die nog jong zijn in hun geloof.

Hoogmoed is het middel bij uitstek om kerkleiders te strikken. Ook mannen die zeggen "in uw naam Jezus, doen wij dit en doen wij dat… " zijn niet immuun voor deze kwaal. Jezus blijkt hen toch niet allemaal te kennen. Is er tussen al die kennis en deugd, of tussen al die goede werken, een beetje zuurdesem, dan glipt ook hoogmoed binnen. Kennis en inzicht en verhoord gebed, worden dan beschouwd als het bewijs van superioriteit. De woordenschat blijft religieus, maar in feite aanbidt zo iemand nu zichzelf. De ander wordt als zwakkeling misprezen. Dat alles gebeurt natuurlijk subtiel en geleidelijk. De opbouwende terechtwijzing verglijdt tot afbrekende kritiek. Eigenlijk wil men dat de ander wegkwijnt. Misschien zonder het te weten, want die balk in eigen oog belet het zicht. De hoogmoedige kent zichzelf niet. Vader vergeef het hem. Hij beseft niet wat hij doet.

hoogmoed is een misdadiger die zijn kompanen meebrengt

Hoogmoed is een misdadiger die altijd zijn kompanen meebrengt: een bende ondeugden die best in hoogmoeds biotoop gedijen. Het lijken wel twee clans.

De clan van de opscheppers heeft als leuze: "ik maak mijzelf groter dan ik ben". Behoor ik tot die clan, dan ben ik het zelfingenomen centrum van het universum. Ik ben hypocriet en poog mijn slechte kanten te verbergen. Vol hovaardij prijs ik mijn talenten aan, mij pretentieus beroemend op mijn kunnen, alsof ik mijn eigen schepper ben. Ik ben een opschepper. Ik weet het altijd beter, grootspraak is mijn sterkte. Ik schrijf mij eigenschappen toe die ik niet heb en in mijn verwaandheid geloof ik nog in eigen leugens. Ik ben aanmatigend en doe aan machtsmisbruik. Onverzoenlijk laat ik mij door niemand iets gezeggen. Ik ben roekeloos en overschat mijzelf… maar 'k moet nu ophouden, iedereen keert zich van mij af.

hoogmoed kan geen vriendschap sluiten

Clan 'minachting' heeft een complementaire leuze: "ik maak de ander kleiner dan hij is". Als lid van deze clan benijd ik, groen van jaloezie, andermans talent. Ik negeer hem en misken al zijn prestaties. Kleineren, spotten, hooghartig zijn… dat zijn mijn favoriete sporten. Ik ben ondankbaar en waardeer niet wat de ander doet. Mijn scherpe tong beticht hem valselijk. Hautain en arrogant: ik spreek hem toe alsof ik zijn meester ben. Mijn snijdende kritiek veroordeelt hem het liefst nog in het bijzijn van getuigen. Maar ook mijn hoongelach moet ophouden… straks heb ik hem misschien nog nodig!

Kenmerkend voor beide clans is dat ze wel zonden kunnen samen brengen, maar geen mensen. Hoogmoed kan geen vriendschap sluiten. Verdeel en heers. Elke medemens is een concurrent die overtroefd moet worden. En dat geldt ook voor God: hoogmoedigen kunnen Hem niet liefhebben. Evenmin hebben zij een juist Godsbeeld: ze maken God kleiner dan Hij is. De volmaakte God wordt verruild voor een eigen godsbeeld, gemodelleerd naar eigen smaak.

het begin der wijsheid

Genoeg nu over al die ondeugd! Een woordje uitleg graag over nederigheid als tegenbeeld van hoogmoed. Nederigheid wordt al vlug met een scheef oog bekeken. Begrijpelijk, want in een cultuur waar hoogmoed feest viert, kom je vooral valse of gewilde nederigheid tegen - en die is familie van de voormelde clans. Zo'n nederigheid trekt de aandacht naar zich toe en is een uitingsvorm van ijdelheid. Valse nederigheid kan ook ingegeven zijn door opportunistisch egoïsme. Kruiperig onderdanig zijn, in de hoop er beter van te worden.

Echte nederigheid is anders. Wie nederig is, kent zichzelf en vlucht niet weg van zijn tekorten, maar hij erkent ze, zodat hij bijgeschaafd kan worden. Daarom wordt nederigheid of "vrees voor God" in de bijbel gepromoot als het begin der wijsheid. Wie nederig is, heeft niets te verbergen en verdedigt geen heimelijke belangen. De nederige zal dus makkelijker objectief zijn. Hij staat open voor de waarheid en rooit met Gods hulp de wortels van het kwade in zichzelf. Hoe meer het oude ego sterft, hoe meer de nieuwe mens gestalte krijgt. Gods schoonheid wordt dan zichtbaar. De mens komt nu tot bloei. Onvermoede rijkdom treedt te voorschijn. Nederige mensen denken bescheiden over zichzelf, en dan is er heel veel plaats voor Jezus. Ruimte ook voor de medemens: luisterbereidheid en hulpvaardigheid. Zo'n nederigheid is niet truttig maar ze komt hartverwarmend over.

alsof je God ontmoet

Ontmoet je een nederig mens die al een tijdje onderweg is, dan lijkt het wel alsof je God ontmoet. Je staat in de belangstelling - oprecht, niet op een opgeklopte wijze. Je proeft warme sympathie. Je voelt je vereerd en gewaardeerd: je mag er zijn. Je krijgt heel veel ademruimte en de gelukwensen zijn oprecht. "Het ga je goed!" Ook al ken je elkaar maar net, toch lijkt het alsof een jeugdvriend terugkeert.

Nederigheid is niet armtierig. "God zal verhogen" is het bijbelse vervolg. Nederigheid leidt er dus toe dat mensen door God gepromoveerd worden. Die tweeledigheid doet denken aan de omschrijving van Jezus als Koning-Knecht. Het kenmerk van de ware grootheid.

Nederigheid is dus compatibel met een zekere fierheid en belet evenmin dat men blij is met een compliment. Zo'n zelfverzekerdheid is gewaarborgd vrij van leugen en bevat geen ijdelheid. Men weet dat men die rijkdom niet aan zichzelf te danken heeft. Die houding gaat niet ten koste van de medemens, maar geeft schouderklopjes en hoopt dat die ander ook zelfzeker wordt. Een enthousiasme dat aanstekelijk werkt en de naaste een eind op weg helpt in de goede richting. Vurige christenen kunnen dus toch aangenaam gezelschap zijn!

God KAN niet hoogmoedig zijn

Om af te sluiten kijken we nog even opwaarts. Het voormelde illustreert ten overvloede waarom er bij God geen sprake is van hoogmoed. Hoogmoed beduidt: iets groter doen lijken dan het werkelijk is. God kan zich tegenover ons nooit groter tonen dan Hij is. Integendeel, Hij moet zich miljarden keren kleiner maken, wil Hij ons ontmoeten. Zelfs al worden al Gods eigenschappen uitgestald en de hemel ingeprezen, dan nog wordt Hij schromelijk onderschat. God is volmaakt en onbeschrijfelijk groot. God KAN niet hoogmoedig zijn.

C.S. Van Audenard
februari 1997
herwerkt in februari 2003

Heb je de illustratie al bekeken?
Begin