Abel
Heb je de illustratie al bekeken?

Einde

Moeder, waarom lijden wij? (II)

de tweede generatie

ten dode opgeschreven

Pijn maakt onvermijdelijk deel uit van het leven in een gebroken wereld. Eerst herhalen we enkele gedachten die in deel I werden uitgediept. Daarna kijken we hoe Abel en Kaïn - de tweede generatie - omgaan met hun pijn.

De zondeval veroorzaakte onmiddellijk al pijn. Adam en Eva ervaren nu angst en schaamte. Maar alsof dat niet genoeg is, voegt God als reactie op de zondeval, nog pijn toe aan de pijn. Niet omdat Hij de mens vijandig gezind is. Neen, al onmiddellijk neemt Hij die mens in bescherming door hem en haar te kleden. Ook belooft Hij later in de geschiedenis de mens te zullen redden van de ondergang. Vele eeuwen daarna zal Hij ook zelf - via de kruisdood van zijn Zoon - deel hebben aan ziekte, vernedering en pijn. Wanneer God dan toch pijn toelaat, is het als een signaal dat wijst op een sluimerende, levensbedreigende ziekte - de ziekte van een leven zonder God. De mens die geen vrede sluit met zijn Schepper is ten dode opgeschreven. Iets wat God ten allen prijze wil vermijden.

hoe reageren we op existentiële pijn?

De mens ervaart specifieke pijn wanneer hij gekwetst wordt, maar ook een algemene existentiële pijn. Existentiële pijn houdt geen verband met bepaalde gebeurtenissen, maar wél met het feit dat we als gebroken mensen leven in een gebroken wereld - een wereld waarin we ons nooit helemaal thuis voelen.

Pijn is een signaal, dat ons moet behoeden voor een kwaad dat erger is. Bij fysische pijn is dat gemakkelijk te begrijpen. Maar juist reageren op emotionele en existentiële pijn is moeilijker. Bij emotionele pijn kunnen we onszelf beschermen door contact te mijden met diegene die ons pijn doet. Maar wat gedaan wanneer dat niet mogelijk is? En hoe moet het verder na die eerste defensieve reactie? Want leven in afzondering biedt geen oplossing voor de sociale mens en leidt niet tot genezing van een trauma. En kan een mens reageren op existentiële pijn?

een nieuw vertrekpunt

Pijn kan verdrongen worden door overactief te zijn. Of door een "vrij en blij" uitbundig leven. Maar ook dan woekert de diepe pijn onderhuids nog verder. Zoiets maakt een mens krachteloos en levensmoe. Neen, we doen er beter aan de pijn te onderkennen en de problemen en de levensvragen niet langer te verdringen. Dan pas kunnen we werken aan genezing, misschien met de hulp van goede vrienden, misschien met professionele bijstand. Liefst ook met de hulp van Hem die zichzelf omschrijft als de Geneesheer. Zijn woord van waarheid en zijn liefdevolle nabijheid brengen een diep herstel teweeg.

Hem leren kennen kan het resultaat zijn van een zoektocht naar de zin van het leven. Met de parabel van de verborgen schat, zet Jezus zijn publiek tot zoeken aan. Wie God vindt, heeft een nieuw vertrekpunt. De vervuilde mens wordt diep gereinigd en zo klaar gemaakt voor een leven dat blijvend vrucht kan dragen. Voor wie God zo heeft leren kennen, heeft het existentiële lijden zin gehad.

een verandering in de pijnbeleving

Wie Hem leert kennen wordt natuurlijk niet vrij van pijn. Maar hij ervaart wel verandering in de pijnbeleving. Jezus belooft rust en vreugde aan diegene die Hem volgen. "Kom tot Mij en Ik zal u rust geven". De existentiële pijn wordt verzacht wanneer de basisrelatie - de relatie tot de Schepper - hersteld wordt en het levend water in de innerlijke mens gaat borrelen. Wie God zo kent, bezit een wonderlijke rijkdom. Hoewel, er kan gewenning optreden… Wie jaar in, jaar uit, woont in een prachtige omgeving, is misschien niet meer zo verrukt over al die rijkdom. De relatie fris houden door blijvend contact en verdere verdieping, blijft dus een noodzaak.

In het voetspoor van Jezus' diepe rust en troost, komt er trouwens een nieuw soort existentiële pijn. Soms ervaart de christen Zijn tranen, om wat Hij in de wereld ziet gebeuren. De lijdende Christus woont in hem. Wie op Hem lijkt, zal dan ook Zijn tranen wenen. De christen wordt zo een beetje vreemdeling in een van God vervreemde wereld. Tweeduizend jaar geleden was dit lijden heel concreet en heel bedreigend: de Romeinse overheid had het vooral op de christenen gemunt. Maar ook in die pijn, kwam God hen troostend tegemoet. Heel wat teksten in het Nieuwe Testament gaan daarover. God geeft hoop op een volmaakte wereld. Een wereld die Hij aan het bouwen is, en waar zijn vrienden nu al iets van mogen smaken.

pijn is een dubbeltje op zijn kant

Elk leven heeft zijn dosis pijn, waaraan de mens zich niet kan onttrekken. Kunnen we op een volwassen manier leven met die pijn, zonder er door overheerst te worden? Kunnen we die pijn in mildheid dragen? Of zullen we ons verharden, want pijn is een dubbeltje op zijn kant. Het maakt je ofwel harder, ofwel zachter. Een mens die zich verhardt, wordt bitter en wil weerwraak nemen. Hij denkt dat hij met recht en reden vecht, tegen het onrecht dat hem overkomt. Misschien heeft hij gelijk, maar de weg die hij dan volgt, heeft hoe dan ook een averechts effect. Op de brede weg van bitterheid wordt het negatieve in hemzelf en in de anderen, alleen maar aangewakkerd.

Wie verbitterd reageert lijkt op het "verloren schaap" dat eerst prat gaat op zoveel vrijheid, maar iets later verstrikt zit in de doornen. Jezus haalt dat eigenzinnig dier als voorbeeld aan en toont dat er ook in die situatie hoop is op een uitweg. God zoekt de verloren mens, waar die zich ook bevindt - misschien te midden in de doornen. God dringt er bij hem op aan dat hij zich laat verzorgen en bevrijden, en met Hem meegaat op die betere weg.

het leven wordt nu als een spiegel

Wie wandelt op de smalle levensweg, laat de wraak aan God over en aanvaardt beproevingen. Zo wordt de verharde mens terug zacht. Hij benadert het leven en ook de medemens met mildheid. Op de smalle weg wordt de eigenzinnigheid en het egoïsme gaandeweg verbroken. Het leven wordt nu als een spiegel: de mens herkent zichzelf - ook zijn egoïsme - in datgene wat rondom hem gebeurt, en waaraan hij zich voorheen zo vaak ergerde.

Wie fouten bij zichzelf erkent, kan er ook afstand van nemen. Niet zonder slag of stoot. Het is een proces, met vallen en opstaan… maar wie de levensweg trouw blijft, evolueert in de goede richting. Lukt het al eens niet, dan kan hij rekenen op Zijn genade. Gaandeweg wordt de mens "geheiligd" - zoals de bijbel dat omschrijft. De oude mens wordt afgebroken. De nieuwe mens die gelijkt op Christus, krijgt meer ruimte.

Wie die pijn niet aanvaardt en zijn bitterheid niet wil of kan loslaten, misloopt dat heiligingsproces. Gefixeerd op de pijn, kan een leven niet openbloeien. Hij verwerpt door zijn houding het leven, zoals God het heeft gemaakt - met vreugde en verdriet, met zegen en vloek. Hij vecht tegen het leven, en indirect ook tegen God. Pijn en moeite zijn dan niet tot zegen, en missen hun positieve uitwerking.

voor Kaïn was er van romantiek geen sprake

Een illustratie van die bittere reactie van een mens die de pijn niet in mildheid kan aanvaarden, vinden we bij Kaïn. Zijn ouders verruilden een paradijs voor een vijandige wereld. Een hartverscheurend contrast voor wie het persoonlijk meemaakt! Door de verboden vrucht, stapten ze over van de tuin van volmaaktheid, naar een wereld van angst en schaamte, moeite en verdriet. Wat een spanning moet dat teweeg gebracht hebben tussen hen beiden! Hoe hebben zij dat aan hun kinderen verteld? En hoe was de reactie van Kaïn en Abel op een misstap met zo'n dramatische gevolgen?

Als wij het hebben over Kaïns ouders denken we aan een idyllisch paradijs - de romantiek van vóór de zondeval. Voor Kaïn was er van romantiek geen sprake. Konden Kaïn en Abel vergeving schenken aan hun ouders? De bijbel vertelt daar niets over. Wel weten we dat Kaïn zijn jongere broer in koelen bloede - met voorbedachten rade - heeft vermoord. Dat is niet niks. Hieraan is natuurlijk een voorgeschiedenis verbonden. De oorsprong van zo'n moord ligt in een verbitterd hart.

Abel werd schaapherder en Kaïn landbouwer. Na verloop van tijd droeg Kaïn uit de opbrengst van het land een offer op aan de Heer. Ook Abel bracht een offer: Hij slachtte de eerstgeboren schapen en offerde er de beste stukken van. Aan het offer van Abel besteedde de Heer aandacht, maar aan dat van Kaïn niet. Toen werd Kaïn woedend, heel zijn gezicht vertrok. 'Waarom ben je kwaad?' vroeg de Heer. 'Waarom is je gezicht vertrokken? Als je goed handelt, kun je mij recht in de ogen kijken. Maar als je dat niet doet, ligt de zonde als een roofdier voor de deur. Het kwaad zal je voortdurend bedreigen, maar jij moet het de baas zien te worden.' Maar Kaïn zei tegen zijn broer Abel: 'Laten we naar het land gaan.' Toen ze op het land waren, wierp Kaïn zich op zijn broer Abel en sloeg hem dood. 'Waar is Abel, je broer?' vroeg de Heer. 'Ik weet het niet,' antwoordde hij, 'moet ik soms voor mijn broer zorgen?' (Genesis 4:2 - 9 - GNB)

Door zijn geloof heeft Abel God een offer gebracht dat beter was dan dat van Kaïn. Om zijn geloof verklaarde God hem rechtvaardig en aanvaardde hij zijn gaven. Door zijn geloof blijft Abel spreken, ook na zijn dood. (Hebreeën 11:4 - GNB)

Abel "gelooft"

Abel zal ook de pijn van de gebroken wereld ervaren hebben. Maar - tussen de regels lezend - lijkt het erop dat hij vergeving kon schenken aan zijn ouders. En dat hij ook de reactie van God aanvaardde, die pijn toevoegde aan de pijn. Abel kent zijn eigen hart. Hij beseft dat hij dezelfde fout had kunnen maken. Vanuit die zelfkennis erkent hij dat het probleem niet bij God ligt, maar bij de mens. Voor Abel is het leven als een spiegel.

Maar Abel weet ook uit eigen ervaring dat God wil troosten, en dat het vooral de moeilijkheden zijn die hem in Gods armen drijven. Abel kent God als een liefdevolle God. Hij gelooft in Gods goede bedoelingen. Kortweg, Abel "gelooft" in de rijke bijbelse betekenis van dat woord - een geloof dat een mens doet openbloeien.

Vanuit dat geloof, vanuit die positieve instelling, brengt Abel een offer. Hij handelt vanuit een eenvoudig hart, als een vriendelijk eerbetoon aan een God die liefdevol aan zijn kant staat. Abel hoorde van zijn ouders hoe God zelf het eerste offer bracht. Hoe Hij een dier doodde om de naakte mens te kleden. En Abel doet hetzelfde. Hij doodt een eerstgeboren schaap en offert de beste stukken. Een pijnlijk moment. Ook Abel wordt geconfronteerd met de pijn van de zondeval.

Kaïn vocht tegen het leven

Kaïn offert ook. Hij "gelooft" ook in God, maar op een andere wijze, vanuit een andere houding. Kaïn heeft een liefdeloos negatief geloof. Een geloof waarmee hij God niet kan behagen, en waarmee hij eerst zichzelf, en dan zijn omgeving, grote schade toebrengt. Heeft Kaïn zijn ouders nooit kunnen vergeven? Drong zo de haat binnen in het leven, en is die haat steeds verder toegenomen? Kaïn heeft de existentiële pijn nooit aanvaard. Hij heeft de verkeerde strijd gestreden. Kaïn vocht tegen het leven in plaats van het leven met zijn vreugde en verdriet te beschouwen als de bondgenoot die God hem gaf op weg naar een verheven doel, bereikbaar in een verdere toekomst.

Het leven is een leraar die soms wordt verwenst, maar die je beter te vriend kan houden. Kaïn doet dat niet. Hij is kwaad op z'n ouders, die het verkorven hebben. Kwaad op zón broer - de naïeveling die dat zo maar accepteert. Kwaad op God, die dat alles toeliet, en zijn job als landbouwer zo zwaar gemaakt heeft.

"aanvaarden" mag niet samengaan met passiviteit

De opdracht om het leven met zijn pijn te beschouwen als een bondgenoot, krijgt voor elk van ons een andere invulling. Elkeen zal beperkingen, moeilijkheden, pijn… moeten aanvaarden. "Aanvaarden" is echter een dubbelzinnig thema. In sommige godsdiensten is aanvaarden synoniem voor berusting en gelatenheid. Dat leidt dan tot een passiviteit die het ganse leven kenmerkt. Ook datgene wat wél ten goede veranderd kan worden - wat God graag zou zien veranderen - wordt niet gecorrigeerd. "Aanvaarden" zou veeleer de basis moeten leggen voor nieuwe initiatieven, geboren uit een gezuiverde en sterkere persoonlijkheid. Een mens die minder bezorgd is om zichzelf, kan zich beter inzetten voor een ander.

Er is een spanningsveld tussen aanvaarden en bestrijden. Dat spanningsveld is typisch voor het christendom. Het bestaat zowel in de innerlijke beleving, als in de omgang met anderen en in het maatschappelijk engagement. De eerste christenen konden slavernij tegelijk aanvaarden en bestrijden. Ook Jezus' leven was gekenmerkt door overgave en verzet, aanvaarding en strijd, respecteren van traditie en geweldloze revolutie.

een heilig verzet

Christenen aanvaarden het lijden en zij accepteren handicaps. Maar het zijn diezelfde christenen die scholen en ziekenhuizen bouwden, en tehuizen voor gehandicapten. Verstand is verzoenbaar met emoties, nuchterheid met extase, zegen met vloek, vreugde met verdriet, verzet met overgave, gebed voor verandering met het aanvaarden van de situatie… In die schijnbare tegenstelling zorgt Gods Geest voor harmonie en evenwicht. Hij help ons om al die zaken de juiste plaats te geven. Zo kunnen we datgene aanvaarden, wat aanvaard moet worden en ten strijde trekken op punten die onze inzet eisen.

Beproeving sterkt het karakter. Aanvaarden van de pijn legt de basis voor een vruchtbaar leven. Wie pijn aanvaardt, steekt geen energie meer in een verloren strijd. Zo komt kracht vrij die gebruikt kan worden om de nieuwe mens te laten groeien. En om zich te verzetten tegen datgene dat de ontplooiing van die nieuwe mens afremt. Een heilig verzet, in de stijl van het verzet dat Jezus bood. Aanvaarding zegt niet alles. Heilig verzet is net zo goed een thema, dat mag worden in de verf gezet.

de opdracht krijgt voor elk van ons een andere invulling

De opdracht om het leven te beschouwen als onze bondgenoot, krijgt voor elk van ons een andere invulling. Elkeen zal een aantal beperkingen, moeilijkheden, pijn… moeten aanvaarden.

Die beperkingen hebben vooreerst betrekking op de wensen van de oude mens. Het evangelie predikt een omkering van waarden. Veel dingen die de wereld waardevol acht - succes, rijkdom, uiterlijke pracht - bevorderen al gauw de ontwikkeling van het egoïsme. Wie God wil ervaren, moet zonder rancune afstand doen van zelfzuchtige wensen. De oude mens wordt dan verbroken. De weg wordt vrijgemaakt. Eerst leert de mens in mildheid te aanvaarden. En wanneer mildheid het leven kenmerkt, wordt hij een instrument in Gods hand, toegerust voor de strijd. Het spanningsveld tussen aanvaarden en strijden, tussen overgave en verzet, is dus ten dele een spanningsveld tussen de oude en de nieuwe mens. Gods Geest doet ons aanvoelen op welke punten we ons gewonnen moeten geven, en wanneer we moeten strijden.

zonder rancune positieve dingen missen

Zonder rancune positieve dingen missen, die ons alleen maar ten goede zouden komen, is veel moeilijker dan afstand doen van de verlangens van de oude mens. Toch zit er veelal niets anders op dan beperkingen en tegenslagen te aanvaarden. Het leven wordt getekend door de afkomst - het sociaal milieu waarin men is opgegroeid. Sommigen ontvingen veel liefde en positieve aandacht. Ze kregen de kans om te studeren, hebben financieel één en ander meegekregen en vertrekken in elke wedstrijd weer in pool-position.

Bij anderen is alles net het tegendeel. Niemand heeft gevraagd om een moeilijke jeugd, maar velen moeten er toch mee leren leven. Zichzelf aanvaarden met zijn temperament en zijn fysiek, zijn handicaps… is voor sommigen al een zware opgave. Zichzelf en ook anderen vergeven - de fouten die in het verleden werden gemaakt, en iemand blijven achtervolgen - ligt ook niet voor de hand. Ziekte en het verlies van een geliefde…

God verlangt er naar dat de mens komt tot een milde aanvaarding van het leven. Kwaad zijn voor datgene dat onafwendbaar is, is zinloos, en maakt dat de cirkel van ontevredenheid verder uitdeint. Zolang het leven niet wordt aanvaard - zolang men tegen het leven strijdt - blijft er niet veel ruimte over om een andere strijd te voeren. Om te genieten van wat wel nog mooi is, en dienstig te zijn voor anderen en voor God. Wie het leven wél aanvaardt, kan - zoals Paulus zegt - "te allen tijde blij zijn", want hij is niet langer gefixeerd op eigen zorg.

het onoprechte offer wordt afgewezen

Terug naar Kaïn. God ziet hoe bitterheid en frustratie zijn leven gaan beheersen. Hij probeert hem duidelijk te maken dat hij verkeerd zit en doet niet mee aan het hypocriete offerspel. Het onoprechte offer wordt afgewezen. Kaïn reageert woedend op die afwijzing. Hij laat zich niet terechtwijzen en bijsturen. En dan komt het cruciale moment. Op die doodlopende weg komt God Kaïn tegemoet. Hij wil Kaïns leven een nieuwe wending geven, en zegt hem hoe dat anders kan. God spreekt Kaïn nu persoonlijk aan en toont hem hoe hij tegenover het leven zou moeten staan.

"Waarom ben je kwaad?" vroeg de Heer. "Waarom is je gezicht vertrokken? Als je goed handelt, kun je mij recht in de ogen kijken. Maar als je dat niet doet, ligt de zonde als een roofdier voor de deur. Het kwaad zal je voortdurend bedreigen, maar jij moet het de baas zien te worden." (Genesis 4:6 - 7)

Maar Kaïn wijst het aanbod af en volhardt nu in de boosheid. Kaïn luistert niet. Hij hoort slechts zijn eigen roep om wraak. Hij vermoordt zijn broer en durft dan nog te vragen "Moet ik dan voor mijn broer zorgen?" Verblind door bitterheid, verdraait hij nu de feiten. God is de vijand die het paradijs heeft afgepakt en die het leven lastig maakt! God heeft geen recht van spreken!

Kaïn vormt de illustratie van wat Jezus later zegt: "zij hebben oren, maar zij horen niet". Een enkeling hoort Gods woorden die alles overstemmen. Maar vaak spreekt God via een zachte innerlijke overtuiging en ook wel door de mond van anderen.

Maar heel wat mensen omringen zich door te veel lawaai. Of ze zijn te bevooroordeeld, te overtuigd van hun gelijk, te zeer met zichzelf begaan, om echt te kunnen luisteren. Kaïn was zo. God sprak meermaals tot hem, maar Kaïn was niet ontvankelijk voor Gods boodschap. Bitter was zijn vlucht doorheen het verdere leven.

C.S. Van Audenard
januari 2001
herwerkt in herwerkt in januari 2003

Heb je de illustratie al bekeken?
Begin