Einde

Paulus' nieuwjaarsbrief

nieuwjaarsbrief

Nieuwjaar is dé gelegenheid om elkaar en ook onszelf het goede toe te wensen. We zeggen 'Gelukkig Nieuwjaar!' en voegen daar wellicht drie kussen bij. Elk jaar herhalen we hetzelfde liedje en misschien komt dat dan wat artificieel over. Maar herhaling is niet ongebruikelijk en hoeft de boodschap niet af te zwakken want elke morgen opnieuw zeggen we 'Goeie morgen!', 's middags 'Smakelijk eten!' en wanneer we naar huis vertrekken 'Goeie avond'. We worden dat niet beu - elkaar het goede toewensen zit ons blijkbaar in de genen. Eén keer per jaar is het dan tijd voor 'Gelukkig Nieuwjaar'.

Die nieuwjaarswensen zijn ambitieuzer want ze zijn niet begrensd tot deze 24-uren en tot de maaltijd die wordt geserveerd. Ze hebben betrekking op het ganse jaar en viseren het leven in al zijn aspecten, privé en professioneel. Een gelukkig jaar gaat trouwens niet alleen over onszelf, maar ook over onze kinderen, onze ouders, onze vrienden, onze buren… onze werksituatie, onze carrière of ons (vervroegd) pensioen.

een goede gezondheid want dat is het belangrijkste

Bij gebrek aan inspiratie of uit schroom beperken we onze wensen wellicht tot gemeenplaatsen: een goede gezondheid, want dat is het belangrijkste! Zo wordt die ambitieuze zegen te zeer ingeperkt, want er zijn natuurlijk heel veel mensen die wél een goede gezondheid hebben, maar toch niet gelukkig zijn. Goede relaties met onszelf en met anderen, zijn ook héél belangrijk… en liggen veelal aan de basis van die zo gewaardeerde gezondheid.

Wil je lezen over "De moeder van alle zegen"?

De nieuwjaarswensen gaan doorgaans gepaard met een evaluatie van het verleden. We willen pijn en mislukking achterlaten en maken goede voornemens voor de toekomst. Zo wordt de omslag van oud naar nieuw het symbool voor het verlangen naar een verandering ten goede. Wie gelovig is, ziet in die wensen een bijkomende dimensie. Hij wenst de ander het goede toe, hij zegent hem en nodigt God uit om die wensen waar te maken.

Paulus schrijft meermaals over de overgang van oud naar nieuw

De erfenis van Paulus bevat geen nieuwjaarsbrieven, geschreven ter gelegenheid van Rosj Hasjana - het Joodse Nieuwjaar. Wel schrijft hij meermaals over de overgang van oud naar nieuw, maar dat slaat dan op de omslag van het oude naar het nieuwe leven. In een brief aan de Kolossenzen schreef Paulus over dat thema nadat hij te weten kwam dat er toch wel één en ander dreigde mis te lopen in Kolosse. Daar had een zekere Epafras velen overtuigd om de overstap te maken van onwetendheid, naar geloof in Jezus Christus.

Paulus formuleert die omslag telkens weer op een andere wijze, maar - door het gebruik van antoniemen - altijd even scherp: dood en leven, duisternis en licht, boven en beneden, vijandschap en vriendschap, vuil en zuiver, aards en hemels… een reeks scherpe tegenstellingen!

Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God. Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon, … Eerst was u van Hem vervreemd en was u Hem in al het kwaad dat u deed vijandig gezind, maar nu heeft hij u door de dood van zijn aardse lichaam met zich verzoend om u heilig, zuiver en onberispelijk bij zich te brengen (Kolossenzen 1:1-3, 13, 21, 22)

Toen u gedoopt werd bent u immers met hem begraven, en met hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die hem uit de dood heeft opgewekt. U was dood door uw zonden en door uw onbesneden staat, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt toen hij ons al onze zonden kwijtschold. (Kolossenzen 2:12 - 13)

een lijst van ondeugden

Paulus bouwt verder op het onderscheid tussen deze tegenstellingen, door er kenmerken aan toe te voegen. Dat gebeurt onder de vorm van een lijst van ondeugden die verbonden zijn met het oude leven.

Maar daarna beschrijft hij de omslag van oud naar nieuw en volgt een lijst met deugden die samengaan met het nieuwe leven. Tegelijk nuanceert hij het zwart-wit denken, want na het gebruik van de verleden tijd "Vroeger hebt u ook… zo geleefd" volgt "U moet alles wat slecht is opgeven ". De ondeugden horen dus ook bij de tegenwoordige tijd. De breuklijn tussen ondeugd en deugd is minder scherp dan de tegenstelling tussen dood en leven suggereert.

Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht - hebzucht is afgoderij -, want om deze dingen treft Gods toorn degenen die hem ongehoorzaam zijn. Vroeger hebt u ook die weg gevolgd en zo geleefd, maar nu moet u alles wat slecht is opgeven: woede en drift, vloeken en schelden. Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn Schepper en zo tot inzicht komt… (Kolossenzen 2:5 - 10)

Hoe kan je die overvloedig geïllustreerde tegenstelling dan intellectueel verzoenen met de vaststelling dat er in dat nieuwe leven nog steeds sprake is van woede en bedrog? Gaat Paulus te kort door de bocht wanneer hij een principiële tegenstelling vooropstelt tussen het oude en het nieuwe leven? Is hier sprake van overdrijving of is er een andere uitleg? Dat de oude mens samengaat met ondeugden zal ons niet verrassen. Maar is die nieuwe mooie mens geen fictie?

zijn overdrijving is dus een understatement!

Neen, wanneer de mens zich tot God keert, komt er binnenin een revolutionaire ommekeer. De van God vervreemde mens ontvangt nieuw leven. Dat leven komt uit God, is onsterfelijk en draagt zijn zuivere kenmerken. Het mag met recht en reden omschreven worden met de woorden leven en licht, zuiver en hemels en het heeft een eeuwige bestemming waarbij onze mooiste dromen in het niet verzinken. Paulus mocht zelf even de hemel zien, hij wist dat zijn woorden tekortschieten om die bovennatuurlijke realiteit te omschrijven en zocht daarom steeds weer andere beelden. Zijn overdrijving blijft dus een understatement want de zwart-wit tegenstelling beschrijft de diepere onuitsprekelijke realiteit.

Binnenin is er een spectaculaire verandering: de geest is herboren en kan connecteren met Gods Geest. En die omslag is ook aan de buitenkant te zien door blijdschap en gedragsverandering.

Maar die vernieuwde geest zit in een mens die Paulus elders vergelijkt met een breekbare aarden pot. Een pot die getekend is door het leven en misschien beschadigd is. Denken en voelen, spreken, doen en laten: alles draagt sporen van de oude mens en moet nu in overeenstemming worden gebracht met dat nieuwe leven en met die andere waardeschaal.

de wasmand en de kleerkast

Hoe die verandering plaats vindt verduidelijkt Paulus aan de hand van de wasmand en de kleerkast. Vuile kledij belandt in de wasmand en maakt plaats voor wat fris en mooi is. We moeten ons dus omkleden en propere kleren aandoen, die passen bij onze nieuwe status. Dat gebeurt niet in één twee drie. Neen, de mens wordt opgeroepen om zelf die verandering consequent door te voeren in zijn leven hier en nu, en God wil hem daarin bijstaan. Hij bruskeert niet, maar wil inzicht geven en zo het vernieuwingsproces in goede banen leiden.

Omkleden is een activiteit die gereserveerd is voor de mens. Geen ander levend wezen kan zich door een chiquere tooi van zijn soortgenoot onderscheiden. Eens en voor altijd moet de aap het stellen met zijn vacht. De mens is daarentegen is vrij om zijn kledij te kiezen, letterlijk, maar ook figuurlijk, en daar is het Paulus om te doen.

aap

Omkleed u, omdat God u heeft uitgekozen en zoveel van u houdt, zelf ook met innerlijk medeleven, goedheid, nederigheid, zachtaardigheid en geduld. (Kolossenzen 3:12)

door God geselecteerd

Waarom andere kleren aandoen? Paulus haalt een bijkomend argument uit het feit dat de Kolossenzen door God uitgekozen of geselecteerd zijn. God heeft zo zijn lot verbonden aan het hunne, want zij vertegenwoordigen Hem en treden nu op als Zijn woordvoerders. Kledij die aangepast is aan de nieuwe status, lijkt dan noodzakelijk. De woordvoerder van Amnesty International is niet gekleed zoals de zegsman van Sharia4Belgium.

De Kolossenzen werden uitgekozen via een atypische selectieprocedure, waarbij een zekere Epafras een belangrijke rol speelde. En anders dan gebruikelijk, is in Gods rijk het aantal vacatures steeds groter dan het aantal kandidaten. Er is dus geen sprake van duizend kandidaten voor tien plaatsen!

Bovendien is de keuze voor een kandidaat niet het gevolg van diens verdienste. Neen, het zijn Gods kwaliteiten en Zijn goedheid die aan de grondslag van de selectie liggen. Jezus zei zelfs dat prostituees en tollenaars meer kans maken! De intrinsieke kwaliteiten van de kandidaat zijn van geen tel. Ons Heer moet van elk zijn getal hebben! Hij geneert zich niet om de minste van de minste uit te kiezen. Dat blijkt met zoveel woorden uit de gelijkenis van het bruiloftsmaal.

"Alles staat klaar voor het bruiloftsfeest, maar de gasten waren het niet waard genodigd te worden. Ga daarom naar de toegangswegen van de stad en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt." De dienaren gingen de straat op en brachten zo veel mogelijk mensen samen, zowel goede als slechte. En de bruiloftszaal vulde zich met gasten voor de maaltijd. (Matteüs 22:8 - 10)

God zit wel met een probleem

Wie op de selectie ingaat, krijgt nieuw leven. Maar door de lat zo laag te leggen en Jan en alleman binnen te halen, zit God natuurlijk wel met een probleem: die Kolossenzen zijn inderdaad geen volmaakte mensen! Maar God heeft zijn deel van het werk gedaan, nu is het hun beurt! Hetgeen hen gevraagd wordt is tweeledig: omkleden enerzijds, en verdragen anderzijds.

Zich omkleden betekent dat zij hun denken, voelen, spreken en handelen laten concorderen met hun nieuwe status. Zoals bij een nieuwe job gebruikelijk is, moet de medewerker zich bekwamen: opleiding volgen en zelfstudie. En wat dat laatste betreft kunnen we rekenen op Gods Geest, die zelfs als privéleraar optreedt.

Vergelijken we onze situatie met die van de Kolossenzen, dan zijn er een aantal min- en pluspunten. Minpunt is de tijdskloof tussen toen en nu, en de afwezigheid van ooggetuigen. Pluspunt is het feit dat vandaag zowat iedereen geletterd is en dat we via het Nieuwe Testament beschikken over een verzameling geschriften, waarop de Kolossenzen afgunstig zouden zijn. Wie een beetje van goede wil is, kan dus echt wel vorderingen maken!

kleedt de gelovige zich niet om…

Belangrijk is ook dat we niet solo slim gaan spelen, want we vullen elkaar aan en soms moeten we ook door die ander op onze plaats worden gezet. Zeker wanneer we als woordvoerder uit onze rol vallen en zelf de baas gaan spelen.

Laat uw hart vol zijn van Christus' woord. Zijn woorden zullen uw leven verrijken en u wijsheid geven. Leer ze aan elkaar, wijs elkaar ermee terecht en zing erover… (Kolossenzen 3:16)

Maar het accent ligt niet op elkaar de les lezen, integendeel! Medeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtaardigheid en geduld… dat zijn de basisdeugden waarmee de vernieuwde mens zich moet bekleden. De christen moet dus in de eerste plaats oog hebben voor de noden, pijn en kwetsbaarheid van de medemens. Hij doet dat in alle bescheidenheid, zonder op hem neer te kijken.

Kleedt de gelovige zich niet om, dan is er iets grondigs mis. Hij lijkt dan op de man die, samen met de massa, de feestzaal was binnengeglipt, maar zich niet wou omkleden.

En zoals uit de parabel blijkt, loopt dat slecht af! Hij moet de mooi verlichte hall waarin het huwelijksfeest 's avonds plaats had, verlaten en verruilen voor de donkere nacht. Volgens de hierna vermelde (vrije) vertaling werd de feestkledij aan de gasten aangeboden, wat overeenstemt met de visie van Augustinus. Andere vertalingen sluiten meer aan bij de grondtekst en leggen de verantwoordelijkheid volledig bij de gast. De waarheid ligt in het midden: de mens heeft uit zichzelf geen mooie kleren en krijgt dus van God een nieuwe garderobe aangeboden. Maar zich omkleden, dat moet hij natuurlijk zelf doen!

De koning kwam binnen om de gasten te begroeten. Ineens viel zijn oog op een man die de feestkleding, die hem was aangeboden, niet aanhad. …'Beste vriend. Hoe is het mogelijk dat u hier zonder feestkleding zit?' Maar de man had geen antwoord. De koning zei tegen zijn dienaren: 'Bind hem vast en gooi hem buiten in de diepste duisternis. Daar zal hij vergaan van wroeging en verdriet.' …Velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitgekozen. (Matteüs 22:11-14 - HTB)

accepteren zonder spottend lachje

Naast de verandering van kledij is er de verdraagzaamheid, en als we zien wie allemaal tot het feest toegelaten werd, mag ons dat niet verwonderen. Paulus dringt aan op een nieuwe garderobe, maar hij is realistisch genoeg om te beseffen het geen hemel op aarde wordt. De Kolossenzen zijn onvolmaakt, ook in de wijze waarop ze die ideale nieuwe mens vertalen in het leven van elke dag.

Ieder heeft zijn temperament, en ieder heeft het wel eens moeilijk met een ander. De monotone stem waaraan de ene zich gaat ergeren, komt voor de andere misschien over als een verademing. De Gentenaar stoort zich misschien aan het accent van de Signoor en vice versa. En er zijn natuurlijk ook eigenschappen waar iedereen zich aan stoort! Verdraag elkaar houdt in dat we de kleine kantjes, de eigenaardigheden van elkaar, accepteren zonder spottend lachje. We aanvaarden zonder (te veel) commentaar de rariteiten van de ander!

Paulus spreek hier trouwens alle Kolossenzen aan! Hij gebruikt niet zoals op sommige andere plaatsen, de tegenstelling tussen sterk en zwak, volwassen en kind. Neen, verdraagzaamheid geldt in alle richtingen, altijd en voor iedereen!

Verdraag elkaar is geen aanklacht, maar eerder een geruststelling. Want het is niet alleen een oproep om mild te staan ten opzichte van die andere, maar ook ten opzichte van onszelf, want we horen Paulus zeggen dat wrevel tot op zekere hoogte normaal is.

Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. En kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. Wees ook dankbaar. (Kolossenzen 3:13 - 15)

wijnglas

Een nieuwjaarsbrief eindigt steeds in liefde. En dat blijkt ook uit de hiervoor vermelde verzen. Kleed u in de liefde! Dat is de grondtoon en samenvatting van alle andere deugden. Dat is de feestkledij bij uitstek om uit te gaan en deel te nemen aan het feest met God!

C.S. Van Audenard
januari 2013

Begin