Heb je de illustratie al bekeken?
Einde

De Heer is mijn Herder

U behandelt mij als een persoonlijke gast!

Het boek Psalmen is een verzameling van 150 liederen die de relatie tussen God en mens beschrijven. Meest bekend is Psalm 23 - een lied waarin David God eerst voorstelt als een zorgzaam Herder, en daarna als een royaal Gastheer. David was zo'n 3000 jaar geleden koning van Israël. Het was een veelzijdig man die ook artistiek begaafd was, literair en muzikaal. Psalm 23 werd door hem als lied geschreven. De muziek is verloren gegaan. De tekst is gebleven, en heeft de toets van de tijd doorstaan: doorheen de geschiedenis hebben velen ervaren dat deze kinderlijk eenvoudige tekst, diepe waarheden bevat.

schaap
Een Psalm van David.
De Heer is mijn Herder,
dus heb ik alles wat ik nodig heb!
Hij laat mij uitrusten in een groene weide
en wijst mij de weg langs kabbelende beekjes.
Hij verfrist mij innerlijk en leidt mij op de weg,
waar zijn recht geldt, tot eer van zijn naam.

Zelfs als ik door een donker dal moet lopen,
ben ik niet bang, want U bent dicht bij mij.
U bewaakt mij en gaat de hele weg met mij mee.

U bereidt heerlijk eten voor mij,
waar mijn vijanden bij zijn.
U behandelt mij als een persoonlijke gast!
U zegent mij overvloedig!

Uw goedheid, liefde en trouw
mag ik mijn hele leven ervaren,
en daarna mag ik voor eeuwig
bij U wonen, in uw huis.
(Psalm 23)

slechts een schilderachtig tafereeltje

Wat hier geschreven staat lijkt voor velen slechts een schilderachtig tafereeltje, dat erg contrasteert met het jachtige harde leven. Het lijkt wel jeugdsentiment. 't Doet dus eerder denken aan de romantiek van die enkele weken vakantie, waar een gans jaar naar wordt uitgekeken.

Maar voor wie Gods liefdevolle zorg heeft leren kennen, toont dit poëtsch stukje literatuur iets van de relatie met die unieke Vriend. Het is dan een boodschap die troost aanreikt en levenskracht - woorden die emotioneel diep beroeren, want bevestigd door het leven.

Via eenvoudige symboliek, verwijst deze tekst naar de aard van de band tussen God en mens. Die relatie wordt gekenmerkt door een sterke wederzijdse afhankelijkheid en door liefdevolle zorg en bescherming. In de veronderstelling uiteraard dat er van relatie sprake is, want dat veronderstelt een bereidheid die van twee kanten komt, en wat de mens betreft is die bereidheid soms ver te zoeken.

Wie de Psalm gelezen heeft, heeft reeds een eerste stap gezet en luisterbereidheid en openheid getoond ten aanzien van een stukje van de bijbel - een tekst die beschouwd kan worden als een liefdesbrief van God, die hiervoor dankbaar gebruik mocht maken van Davids artistieke gaven.

een diepere intensiteit

Er wordt een tweede stap gezet wanneer dit lied gepersonaliseerd wordt. David probeert in woorden uit te drukken wat hij beleefd heeft en hij reikt zijn ervaring aan, als navolgbaar voorbeeld. Zo wordt die Psalm Davids geschenk voor zijn joodse tijdgenoten en nadien ook voor latere generaties. Woorden die voor David veel betekenden, kunnen zo ook voor ons een diepere intensiteit verkrijgen. Wat tot dusver alleen maar mooi was, kan het ganse leven kruiden. Mocht dat gebeuren, dan krijgt dit lied een blijvende waarde - een cadeau van David dat we kunnen blijven koesteren, levenslang en zelfs daarna nog.

een God die er van houdt de verhoudingen om te keren

beïnvloed door een eeuwenoude christelijke traditie, zijn wij wellicht niet verwonderd over de eigenschappen die God in deze Psalm worden toegedicht. Maar toen dit lied zo'n 3000 jaar geleden geschreven werd, was het wel even anders. Het joodse volk kende God vooral als een afstandelijke God - de ontzaglijk hoog verheven Schepper - de benauwend machtige God die men zou vrezen. God was ook de wetgever - denken we aan de tien geboden. En dan waren er de rituelen en de offerdiensten die je best op nauwlettende wijze kon respecteren. God was er om door het joodse volk gediend te worden. Anders dan in onze individualistische cultuur, leek godsdienst in de eerste plaats een collectief gebeuren.

Maar David leerde God ook op een andere en meer persoonlijke wijze kennen: als de nabije God die vriendelijk begaan is met de individuele mens, en die op een familiale wijze met hem contact wil hebben. Een God die niet alleen een blauwdruk heeft voor de geschiedenis van de mensheid, maar die ook achter de schermen het individuele leven kan sturen, en zo de mens beschermt en hem geeft wat nodig is. De God die troost in moeilijke momenten. Een God die er van houdt de verhoudingen eens om te keren, en zich ten dienste te stellen van een mens die als roeping heeft Hem te dienen.

soms klopte de telling niet

schaap

Hoe kwam David tot dat besef? Laten we eens gissen. Als jongeman was David herder… net als zovelen in het Midden-Oosten. In een gebied waar het erg droog kan zijn, leidde hij de schapen naar plaatsen met voldoende gras. Soms moest David doorheen een duister dal en werd hij door angst overvallen. Gewapend met een staf, een knots en een slinger moest hij zichzelf en zijn kudde beschermen tegen roofdieren en tegen dieven. Zwakke lammeren moesten wel eens gedragen worden. Soms klopte de telling niet en ging hij op zoek naar een weggelopen schaap.

David zag rondom zich ook andere herders en hij merkte het verschil op tussen een huurling die alleen maar uit is op het geld, en diegene die met hart en ziel van dieren houdt en daar veel voor over heeft. De schoonheid van de natuur, de transcendente pracht van de muziek waarin hij als jongeman al zeer bedreven was - en die een waanzinnige Saul tot rust bracht - de eenzaamheid en de stilte van de nacht… vormden het kader om God beter te leren kennen.

David wist uit het scheppingsverhaal dat de mens op God lijkt en hij zag de analogie tussen zijn werk als herder en Gods werk. Hij begreep nu dat zorgzaam vriendelijke omgang met een stukje schepping, tekenend is voor Gods omgang met de mens. En hij zag ook hoe een kudde wordt verstrooid en hoe hulpeloos het schaap is, wanneer de herder niet langer daar is. Hij concludeert daaruit dat een mens er goed aan doet zich afhankelijk van God op te stellen. Later denkt David terug aan die leerschool en gebruikt hij het beeld van de herder om te illustreren hoe teder de relatie tussen de Schepper en het schepsel is. En nog veel later neemt ook Jezus dat beeldgebruik over en omschrijft Hij zichzelf als de Goede Herder die zelfs bereid is zijn leven te geven voor de schapen. Jezus bevestigt zo dat David met zijn vergelijking op het juiste spoor zat.

een antropomorfisme

Davids voorstelling van God als herder wordt door sommige filosofen omschreven als een antropomorfisme - een God die er uit ziet als een mens, en slechts bestaat in de menselijke fantasie… een subjectieve virtuele voorstelling zonder achterliggende realiteit. De bijbel vertrekt van een omgekeerde logica. De daarin beschreven God is geen imaginair figuurtje gecreëerd door mensen die nood hebben aan wat steun, en zo de realiteit ontvluchten. Niet de mens heeft deze God gecreëerd, maar God heeft een mens geschapen die op Hem lijkt, omdat Hij er nood aan heeft zijn liefde te delen.

Als dat waar is, kunnen menselijke projecties omtrent God - met inachtneming van de nodige bescheidenheid - aan de realiteit beantwoorden. Op voorwaarde natuurlijk dat die mens niet geperverteerd is - dat hij, uit het aanschouwen van het leven een ideaalbeeld kan deduceren. Antropomorfe voorstellingen van God zijn trouwens onmisbaar om Hem een rol te laten spelen in de wereld der mensen. Onmisbaar, omdat wij geen andere woorden hebben om Hem te beschrijven dan deze geput uit onze menselijke woordenschat. En onze fantasie rijkt maar weinig verder dan hetgeen we ooit reeds zagen.

Natuurlijk zijn dergelijke voorstellingen reducerend wanneer men zich beperkt tot slechts één of tot enkele beelden of woorden. En zelfs de optelsom van alle voorstellingen die de bijbel ons aanreikt, en die daar in de geschiedenis aan werden toegevoegd, blijft ontoereikend. De Herder, de Pottenbakker, de Landman, de Wijnbouwer… omschrijft zichzelf ook wel als Ik ben die Ik ben. Wat dan wijst op een transcendente persoonlijkheid die nooit echt gedefinieerd kan worden door verwijzing naar iets anders.

Antropomorfe voorstellingen zijn soms karikaturaal - God de Vader als de kerstman - of leugenachtig. De fantasie van een mens die verduisterd is in zijn denken, leidt tot valse godsbeelden.

het lied eindigt in een apotheose

Maar Davids lied gaat verder. Hij verlaat het beeld van de herder en zijn schapen, met zijn inherent niveauverschil tussen mens en dier. De relatie tussen God en mens wordt nu vergeleken met de warme intimiteit van een vriendschappelijke maaltijd. Het schaap wordt opgetild tot het niveau van de Herder. God is nu de Gastheer die een bezoeker uitnodigt, hem warm onthaalt en een overvloedige heerlijke maaltijd aanbiedt. En het lied gaat verder en eindigt in een apotheose: het aangename weiden als schaap en de maaltijd onder vrienden blijken tenslotte slechts een voorbereiding voor een "wonen" bij God… en het honderduit genieten van zijn rijkdom.

te rooskleurig

Die voorstelling van het leven - uitrusten in een prachtige natuur en genieten van een heerlijke maaltijd - lijkt natuurlijk te rooskleurig. Psalm 23 benadrukt inderdaad de goede tijden. De moeilijke tijden worden door David beschreven in andere psalmen… daar lijkt God soms ver weg te zijn. En zelfs hier in Psalm 23 - te midden in de euforie - is die pijn op de achtergrond aanwezig: David heeft het over donkere tijden waar hij doorheen moet en over vijandig gezinde mensen die op die heerlijke maaltijd staan toe te kijken.

En zo reflecteert de Psalm niet alleen de vreugde van het leven, maar ook het verdriet - twee aspecten die niet altijd in balans zijn. Zowel in het individuele leven, als binnen onze maatschappij, en over de culturen heen, is vreugde en verdriet veelal ongelijk verdeeld.

een mooie diepe kleur

David erkent die pijn, doch gaat hier niet dieper in op de achterliggende waaromvragen. Maar hij geeft wel aan dat leven een mooie diepe kleur krijgt wanneer iemand in vreugde en verdriet, Gods nabijheid kan ervaren. Wie God op die aangrijpende manier leert kennen, gaat bovendien beseffen dat die vriendschap het aardse leven overstijgt en eeuwigheidswaarde heeft. Alweer iets dat niet zo vanzelfsprekend was: de Israëliet had geen duidelijk beeld op het leven na de dood: de verrijzenis van het lichaam was ten tijde van Jezus voor de Sadduceeën en de Farizeeën een controversieel thema. Maar David lijkt hier niet te twijfelen. Hij heeft het in de laatste verzen over een toekomend leven in de nabijheid van die teder vriendelijke God.

een diepere betekenis dan bij een eerste lezing

Soms gaan woorden het ene oor in, het andere uit. Of een mens leest en stelt enkele alinea's later vast dat hij er met zijn gedachten niet echt bij was en al een tijdje op automatische piloot vloog. Misschien door gebrek aan interesse, misschien doordat het drukke denken alle kanten uitgaat, misschien doordat de woorden niet lijken te passen in de eigen leefwereld…

Maar wie de Psalm opnieuw herleest, merkt wellicht dat die woorden nu al - dankzij wat achtergrondinformatie - een diepere betekenis hebben, dan bij de eerste lezing, en dan ook beter blijven hangen. Woorden zoals uitrusten, verfrissen, niet bang zijn, bewaken, heerlijk eten, zegenen… worden al een beetje meer gerelateerd aan het eigen leven.

En wanneer we daarna ook gaan ervaren dat het werkt, wordt die herkenning steeds sterker, en ervaren we in onze gevoels- en gedachtewereld, en in de gebeurtenissen rondom ons, de realiteit van wat David schrijft. Gaandeweg gaan we zelf ook in gedachten teksten schrijven voor die God - voorheen de Grote Onbekende, straks de Geliefde Vader en de Nabije Vriend. Dan groeit ook die overtuiging over de eeuwige bestemming, waarvan sprake in het laatste versje. Met diezelfde gemoedsrust en zekerheid kunnen we dan zeggen: "daarna mag ik voor eeuwig bij u wonen in uw huis". Psalm 23 wordt zo een gekoesterd juweeltje dat niet enkel nostalgie oproept zoals de liedjes van weleer - herinneringen aan die bijzondere Vriend - maar tegelijk ook het heden kleurt, en een venster naar de toekomst opent.

En zo helpt David ons om onze blik te verruimen en te richten naar een God die mensen begeleidt op weg naar een eeuwig leven.

C.S. Van Audenard
oktober 2004

Heb je de illustratie al bekeken?
Begin